Formatie

In een ‘bijna’ vorig leven was ik een jonge moeder, die voorlezen tot een van haar dagelijkse rituelen had gebombardeerd.

Favoriete boeken te kust en te keur op de planken. Toch, zonder andere titels te kort te doen, is “O, wat mooi is Pananama” van Janosch in mijn geheugen gebeiteld. Met vrolijke mokerslagen.

“Kleine Tijger en Beer gaan op zoek naar Panama, waar het leven mooier is, denken zij.  Maar na een grote reis blijkt dat het paradijs dichterbij ligt dan verwacht – het mooiste plekje is toch thuis.”

Waarom moet ik hier vandaag aan denken als ik lees, dat de oude coalitie, na maanden gezoek en gefoeter, over een poosje hoogstwaarschijnlijk weer op het bordes staat?

Of ik dáár blij mee ben, is van een andere orde.

Willie, 30 september 2021

Posted in Taal | Reacties uitgeschakeld voor Formatie

Van vier naar zes

Het klopt, Ionica Smeets. Je schreef afgelopen zaterdag in de Volkskrant dat ons land eigenlijk zes seizoenen heeft, geen vier.
Volgens de kalender is het nu herfst, terwijl de zon vrolijk schittert door de bladeren, warme truien smachtend wachten en de ijsboer in een oogwenk door zijn voorraad is. Nazomer dus.
Herfst is wind en storm, een kachel om sokken te drogen. Half oktober en november. Tijd om de luiken te sluiten.
December is een moeilijke, dan laat die goede oude Sint de wind op de vijfde nog door de bomen waaien.
De Winter sluipt de eerste maanden van het jaar binnen. Ik duim er elk jaar voor.
Maar is de kalenderlente niet veel te vroeg? Hoe vaak heb ik al niet staan bibberen in een dun bloesje omdat de agenda aangaf dat de tijd daar was? Of dat mijn moeder de kolenkachel leegde en zorgvuldige poetste, er een plant op zette en verkondigde: “Zo. De winter is voorbij.” Ik heb het geweten.
De Lente begint niet in maart, welnee. Misschien voor wat bloemetjes en vogeltjes, niet voor de mens in dit lage landje aan de zee. Maart, april en een stukje van mei: het ontluikende begin begint, uitbundigheid komt pas later. Hier voeg ik de Voorlente in. Borstrokken blijven node onder handbereik en wanten in de fietstas.
Koffers met dromen van de Zomer komen enkele maanden later.

Ervaring: de mode houdt er ook zes seizoenen op na. Goed voor de verkoop, dat snap ik.
Een best vrolijke rok, gekocht in maart, want ik had zo’n zin in de lente, paste in mei niet meer in het straatbeeld.
Een vest, begin september aangeschaft om er de hele winter mee te kunnen doen, blijkt nét van een andere teint te zijn, dan de wintergarderobe die nu in de winkel hangt.

Ik ga net als Ionica Smeets voor zes seizoenen.

Willie, 29 september 2021

Posted in Perspectief, Verhalen | Reacties uitgeschakeld voor Van vier naar zes

Bench

Er was maandenlang een corona-bench
Wel erin, niet eruit
Op straffe van
Boze blikken
Ongemakkelijke gesprekken
Schouderophalende ontkenners

Er was maandenlang een corona-bench
Nergens naar toe
Bijna iedereen bang
Menigeen krampachtig
Gedachten de vrije loop
De tranen ook

Er was maandenlang een corona-bench
Dus voorzichtigheid alom
Wandelen langs de IJssel
– Dat dan weer wel –
Onderuit op glad ijs
Een half jaar in een dubbele-bench

Tot vandaag
Kaartjes gekocht
Pass sanitair op mijn voorhoofd
De TGV in, Parijs door
Vers mondkapje in de volgende trein
Nog vijf uur te gaan

Tot vandaag
Mijn dubbele-bench lost op
in een gloedvol herfstig landschap
Ik mag, kán en durf weer
Renaissance zeggen ze hier
En “La vie et belle

Klopt, maar wel met eigen slingers

Willie
27-08-2021
L’Argentière la Bessée

Posted in Corona, Perspectief, Reizen | Reacties uitgeschakeld voor Bench

Vest

Een gewoon mooi vest zoek ik. Niet te groot, niet te klein, beetje grof gebreid. Ook in een makkelijke kleur, passend bij mijn gehele wintergarderobe. Ik heb er wel wat duiten voor over.

De Bijenkorf lijkt mij een uitstekende optie, want jarenlang vind ik daar precies wat ik wil. Naast allerlei extravagante merken, met bijbehorende prijzen, zijn er altijd de reguliere. Gewoon voor mensen zoals ik. Genoeg keus, genoeg behulpzaam personeel, genoeg rust.
Gisteren dus naar Rotterdam, naar dit winkel-walhalla. Voor een vest, stiekem wel een nét boven het alledaagse. Zo ben ik ook weer wel.

Oeps. Niet dat ik jarenlang onder een steen heb geleefd, maar dit ging alle perken te buiten. Ik legde bijna het loodje op de begane Bijenkorfse grond. Een walm van sjieke parfums benam mij bijkans de adem. Onder een wolk van een Armani-geur vluchtte ik naar de roltrap.

Op de eerste verdieping zou alles vast beter worden. Niet dus. De “luchten” waren verdwenen, maar er was een doolhof van “stores”. Niet met vesten of wanten of andere normale kledingstukken. Nee, er was  af en toe een kledingrek, waaraan een hangertje bungelde met een niemendalletje van een merk. Natuurlijk een passend prijskaartje!
Personeel? Zeer voorkomend, maar niet vriendelijk.
“Een vest, zoals u omschrijft mevrouw? Misschien kunt u beter elders zoeken.

Wat jammer. De Bijenkorf was zo leuk. Ik kreeg er mijn eerste echte kleurdoos, ik zag er (zwarte) Pieten van bovenste verdieping naar beneden tuimelen. De etalages waren om te smullen, daarnaast hoefde je vader geen sjeik of Messi te zijn, om er een mooie mantel of een prachtige pantalon te scoren.

Geen wonder dat deze tent te koop staat.

Willie, 18-08-2021

Posted in Verhalen | Reacties uitgeschakeld voor Vest

Zien

Soms is een keuze snel gemaakt. Bijvoorbeeld als er een afweging mogelijk is tussen zes maanden wachttijd (Groene Hart Ziekenhuis Gouda, afdeling oogheelkunde) of enkele kilometers verder én morgen een eerste afspraak. Min of meer boter bij de vis dus.
Nu vond ik morgen wat snel. Geen punt.
“Mevrouw, kunt u ook overmorgen?”
Eigenlijk niet. De echte reden hield ik voor me, ik wilde eerst het een en ander lezen over deze oogkliniek, die zoveel tijd heeft. Want waarom dan, nietwaar?

Goed. Ingelezen, nogmaals nagevraagd, verzekering gebeld, er bleef maar een conclusie over. Doen!

“Goedemiddag, daar ben ik weer. Ik wil een afspraak maken.”
“Ik neem aan voor uw ogen. Wat is uw leeftijd?
“ ..-..-….”
“Juist. U komt voor de eerste keer. Kunt u morgenochtend?”

Ineens durf ik subiet toe te happen. Hoe eerder hoe beter. Mijn been loopt, na maanden geharrewar, weer zoals het hoort. Daarom is het nu tijd dat mijn ogen langzamerhand gaan doen wat zij behoren te doen: beter kijken in de verte. Ik wil namelijk wel de goede man omhelzen als ik uit de trein stap!

……..

Ik zoek de oogkliniek, ik weet de weg nog niet.
Ook de buschauffeur, een vrolijke man, kwam niet verder dan: “Nog nooit van gehoord. Loopt maar een stukkie naar het centrum, dame. Daar kent iemand u zekers verder helpen.”

…….

“Goedemorgen, mag ik u wat vragen? Weet u waar de oogkliniek is?”
“Ja hoor. Ziet u dat bord daar in de verte? Daar moet u links af.”

Dat was nu net mijn probleem…

Willie, 16-08-2021

Posted in Perspectief | Reacties uitgeschakeld voor Zien

Labelen

“Overwegend bewolkt en regelmatig buien.”
“Overdag regen, plaatselijk met onweer.”
“In het hele land kans op regen.”
“Te koud voor de tijd van het jaar.”

Natuurlijk word ik daar, elke dag opnieuw, niet zo vrolijk van. Weer een trui van de stapel,  warme sokken uit de la en m’n regenjas van de kapstok. Gemopper en gebrom alom.
Gekleed op het voorspelde weer legde ik deze weken tientallen kilometers af, lopend of fietsend. Bezweet kwam ik thuis, ik had nauwelijks het spreekwoordelijke wolkje aan de lucht gezien.
Eergisteren ook al niet. De dag er vóór? En daar vóór? Soms een fikse bui, even schuilen,
maar over het algemeen is er een heerlijk zomertje in de grootste delen van ons land, toch?
Waarom dan dat gemopper en gebrom?
Het antwoord las ik op een blaadje van onze scheurkalender, namelijk “labelen”. In het kort gezegd: hersenen verwachten dát, wat zij lezen.
Het was een grappig onderzoek: proefpersonen kregen exact dezelfde milkshakes aangeboden, maar met ander labels. Een groep voelde zich al heel snel ”vol”, de groep met het label ‘dat de drank caloriearm was’, konden er niet genoeg van krijgen.
Ons brein gelooft maar al te graag wat ie leest, ziet of hoort.
Terug naar mijn gedachten over het weer in Nederland: als ik elke dag die sombere voorspelling zie, gebieden mijn grijze cellen om sombere kleren aan te trekken. Terwijl het weer reuze meevalt. Meestal.

Kan de weerman of -vrouw niet uit een ander vaatje tappen?
“Dames en Heren, als de zon vanmorgen komt, schijnt hij genereus. De regendruppels vullen vanmiddag uw regenton en dan hoeft u vanavond niet te sproeien. Een stevige wind blaast uw natte haren zo weer droog.
Gewone temperaturen, u redt het vandaag met een spijkerbroek en een blij T-shirt.”

Als wij vrolijk gelabeld worden, zit er dan misschien een heel klein kansje in, dat we niet eeuwig blijven somberen over het weer?

Willie, (Overigens een bezorgde dame omtrent de opwarming van de aarde, maar dat is andere koek!)

09-08- 2021

Posted in Perspectief | Reacties uitgeschakeld voor Labelen

“Spectacle Max”

Er zijn verschillende soorten kleuters, maar ik ken er sinds de afgelopen weken eentje van de buitencategorie. Hij heet Max en hij is een “spectacle”.

Zijn bolle blonde Hollandse koppie kijkt fris en ondeugend de Franse wereld in.
Op zijn CV prijken reeds verschillende métiers: wielrenner, houthakker, bergklimmer, automonteur, tolk, afwasser, timmerman, schoonmaker, rijwielhersteller, koekenbakker, voetballer, grappenmaker en onderzoeker. Alle ambachten uitgevoerd met een onverzadigbare levenslust.
Soms is hij een beetje overmoedig, is er een open knie, een ferme snee of een blauwe plek, maar niet getreurd: Max beschikt over een ongebreideld optimisme.

Om dit leventje in goede banen te leiden, want elk beroep heeft zijn leermomenten, hebben zijn papa en mama de handen vol aan hun spectacle. Want het ene experiment is nog niet uitgevoerd, of het andere is bedacht. Als het te gek wordt is er een time-out op de trap. Natuurlijk is het dan huilen. Daarna buigt ie deemoedig het hoofd omdat zijn hersentjes dondersgoed weten wat wel en niet door de beugel kan.
Eenmaal terug op de ‘werkvloer’ bedenkt de kleuter gewoon wat nieuws. Totdat. Juist ja.

Doch, meer dan al zijn beroepen bij elkaar is hij knuffelaar, eentje met hoofdletters.
Tussen zijn “werkzaamheden” door heeft hij minder behoefte aan schaften, dan wel aan een kriebel in zijn nekkie.
Of wil hij kroelen op mijn oude velletje, het liefst met een liedje: ‘In jouw taal, oma’.
De eerste keer dat ik dit deze weken hoorde verslikte ik me in een slok wijn. Hoe oud helemaal is deze Max? Net drieënhalf? Subiet leer ik hem woorden die hem nóg ondeugender maken: snotterbel, broodje poep, flapperdeflap, smeerkees en gossimikke.

’s Avonds in bed, schoongewassen en haartjes gekamd vraagt mijn spectacle om een liedje met snotterbel.
Dubbel van de lach luistert hij naar de evengreen van Toon Hermans. “Notte Belle Margarinetta” verjaart nooit.

Als zijn luikjes over zijn blauwe kijkers vallen, kroel ik nog even in zijn knuistje.

l’Argentière-la-Besée
25 juli 2021

Posted in Kleinkinderen | Reacties uitgeschakeld voor “Spectacle Max”

Schoenen-soap

Dat artrose-pootje dus, heeft behoefte aan een andere schoen. Beetje steunend en stevig.
Laat de mode mij vandaag goed gezind zijn, pittige sneakers en sportschoenen in soorten en maten zijn te vinden in elke goede schoenenzaak.
Maar de orthopeed heeft een andere plannetje.
“Mevrouw, u moet orthopedisch schoeisel laten aanmeten. Dat kan bij de deur hiernaast.”
Zo gezegd, zo gedaan, en de site van deze ambachtelijke schoenmaker toont de meest elegante modelletjes.

Zes weken wacht ik in spanning of het afgietsel van mijn zere voet mooi is vertaald naar welke schoen ik heb uitgekozen.

“Kijk eens, mevrouw. Mooi Toch?” Triomfantelijk houdt een medewerker van het schoenenbedrijf twee kolossale schoenen omhoog.
“Ehh, mmmaar?”
“Ja, mevrouw, iedereen schrikt er de eerste keer van.”
“Mmmaar, ik heb andere uitgezocht, toch?”
“Nee, dit zijn ze. Past u ze gewoon, dan valt alles mee. De kleur klopt in elk geval.”
Gehoorzaam trek ik deze zevenmijlslaarzen aan, mijn verbazing stijgt. Zij lijken niet alleen te groot, zij zijn het ook nog.
“Meneer, dit werkt niet.”
“Kwestie van wennen, mevrouw. Anders doet u een paar extra sokken aan.”
“Kijk, ik kan ze niet eens strak aantrekken, want de schacht is veel te groot.”
“Tja, daar heeft u gelijk in. Weet u, we nemen ze mee terug naar de werkplaats, daar halen we er twee banen tussen uit.”
Goh, dus toch.

Twee weken later wandel ik opnieuw richting de schoenenman. (Overigens ben ik ondertussen voortreffelijk op de been geholpen door een fysiotherapeut.)
“Dag mevrouw, daar bent u weer. Nu moet het lukken.”
Ik schuif opnieuw met gemak, te veel gemak in de verkleinde exemplaren en zucht diep.
“Meneer, deze schoenen blijven dus te groot. Daarnaast zien ze er ook zo anders uit dan op jullie site. Ik voel me een clown en ik heb ook niets met minister de Jonge.”
“Probeert u ze een maand.”
“Nee, want dat wordt vallen, struikelen. Mijn tenen kunnen op zwemles, zoveel ruimte.”
“Mevrouw, dat hoort zo. U neemt ze mee. Ik zie u over een maand terug.”

Murw door zoveel “professionele” overmacht stop ik de zevenmijlslaarzen in mijn tas, zet ze thuis in de gang en bel de klachtenlijn van de verzekering.

Willie
8 juli 2021

Posted in Artrose | Reacties uitgeschakeld voor Schoenen-soap

“Om niet”

Het klopt als een bus of als een zwerende vinger, ik bedoel maar, het is waar.
Want, wanneer je eindelijk voorzichtig durft te vertellen aan goede bekenden, dat artrose een deel van je leven is geworden, plotsklaps iedereen ‘het’ heeft. Soms mooier nog, ‘het’ heeft gehad. Zoiets kan overigens niet, want je komt er nooit meer vanaf.
Als de beste toehoorder zelf de dans is ontsprongen, komt er altijd wel een oom, tante, buurman, een neef van de slager en daar de vriendin van, uit de hoge hoed tevoorschijn. Die hébben klachten. Nou nou nou. De mijne verbleken op staande voet. Vooralsnog denkt míjn voet daar anders over.

Gelukkig weet ook iedereen raad en vliegen oplossingen me om de oren. “Want bij die oom, tante, buurman, neef van de slager en daar de vriendin van, werkte het ook.”
Ik hou wijselijk mijn mond, terwijl ik zo graag, heel af en toe, stoom wil afblazen, eventjes vertellen dat mijn leven wat veranderd is. Dat ik (voorlopig) niet meer zo mobiel ben, dat uren wandelen en fietsen er (voorlopig) nog niet gaat lukken.
Ja, ik heb goede schoenen.
Ja, ik heb de goede medicijnen.
Ja, ik heb een fantastische fysiotherapeut.
Ja, ik heb een bergstok.
Ja, ik heb een breiwerk/boek/computer/tuintje en nog meer.
Ja, ik heb lieve kinderen/kleinkinderen.
Ja, ik heb lieve broers en zussen.
Ja, ik heb vrolijke vriendinnen, beste buren.
Ja, ik heb nog een pienter koppie.
Ja, ik heb power genoeg om een uur op pad te gaan.
Ja, ik heb de liefste man van de hele wereld.

Nou, wat zeur ik dan? “Om niet” dus?
Nee, omdat ik er mooi mee zit. Letterlijk.

Willie, 5 juni 2021

Posted in Artrose | Reacties uitgeschakeld voor “Om niet”

‘Je-weet-nooit’ spullen

Het is een exercitie die zijn weerga niet kent: wat blijft en wat mag het huis uit?
Nu de logeerpartijen van onze kleinkinderen van aard veranderen, geen theeserviesjes meer, maar op een middag theedrinken bij oma, moet en mag er geruimd.

Wat blijft zijn ‘je-weet-nooit’ spullen.
Maar tussen ‘je-weet-nooit’ of  ‘in-een-grote-tas’ voor het goede doel is een fragiele scheidslijn. Nog erger, het lijkt op een gordijn van de dunste vitrage. Doorzichtig, zodat een beslissing heroverwogen mag worden.

Die pop. Ging in de tas, zij mocht een andere poppenmoeder zoeken. Ik trok haar het mooiste jurkje aan, vlechtte twee vlechtjes en veegde haar toet. “Dag, je hebt hier zestien jaar je best gedaan, mijn poppenmoeders kijken nu niet meer naar je om. Te oud.”
Hoe het gebeurde, weet ik niet, maar de andere dag zat ze weer op het logeerbed. Met vlechtjes.

Die beer. Hij blijft, geen twijfel. Hij overleefde alle opruimsessies met gemak en dat verandert niet.

Die blokkendoos. Is een echte ‘je-weet-nooit’, misschien niet meer voor de kleinkinderen, maar vrolijk gekleurde houten blokken kunnen op veel manieren dienst doen. Terug in de kast.

Dat spijlenbedje. Wegwezen, niemand past er meer in, voor noodgevallen ligt op zolder een kampeerbedje. Ik sop de spijlen met lichte weemoed schoon.

Die koffer, jarenlang dé attractie van ons Gouda-huis, vol met ondefinieerbare attributen. Ook met oude sleutels, smurfen, een bril zonder glazen, een versleten portemonnee met treinkaartjes, een verschoten pet, een fornuisje, linker- of rechterhandschoenen in diverse kleuren, drie poppetjes van Playmobil, mijn eerste mobieltje, een triangel, een muziekdoosje, een zachte bal, een schepnetje en een afgedankte handtas. Verlopen pinpassen, een trechter, een zeef en afgedankte paspoorten. Oude lappen en knijpers.
Wat te doen? Ik neem de tijd, laat de hele rataplan door mijn vingers gaan. Alles ruikt naar kinderhandjes. Dezelfde kinderhanden die nu eindexamen doen of als een Razende Roeland berichten over de hele wereld verzenden. Of ze gamen of bezorgen kranten. Op zijn minst klikken zij zelfstandig hun favoriete film aan.

Een uur later gesp ik de koffer dicht en zet hem terug in de gangkast met de volledige inhoud. Hij staat niemand in de weg, toch?
Enne, ‘je-weet-nooit’.

Willie,
4 juni 2021

Posted in Kleinkinderen | Reacties uitgeschakeld voor ‘Je-weet-nooit’ spullen