Herlezen in tijden van Corona. Deel 4

Als je hutjemutje in een klein huis woont en er niet gelachen, niet gespeeld en  de Bijbel het enige leesboek is.
Als je hutjemutje in een klein huis woont en er geen radio is, geen televisie en geen schoorsteenmantel met prullaria of een droogbloem.
Als je hutjemutje in een huis woont en je verliest twee broertjes en je mag niet huilen.
Als je hutjemutje in een huis woont en je moeder zwijgt en je vader predikt hel en verdoemenis.
Als je hutjemutje in een huis woont en je begint zoetjesaan te zien, dat er ook een andere wereld bestaat.
Als je hutjemutje in een huis woont, waar de vloek van God een graag geziene gast is.
Als je hutjemutje in een huis woont, en je geen fietsje hebt. (Want in de Bijbel werd ook niet gerept over fietsen. Dus.)

Als je leert, dat hoe zwaarder God je kastijdt, hoe meer Hij van je houdt.
Als je leert, dat God alleen onderkruipsel zoekt voor Zijn Hemel.
Als je leert, dat je sowieso een zondaar bent.
Als je leert, dat je niet mooi mag zijn.
Als je leert, dat kinderen uit de zondeval zijn verwekt.

Maarten ’t Hart beroerde mij deze week opnieuw met zijn boek ‘De jakobsladder’.

Ik huiver. Hoe gelovigen in een harnas geperst werden. Of nog steeds worden, hier en daar.

Deze waanzin kan geen enkele God ooit bedoeld hebben. Toch?

Door die stomme corona mag ik een paar weken niet vrijuit op stap, maar dat is héél, héél klein bier, vergeleken bij de ongenadige gelovige zweep die mensen reduceert tot onvrije angsthazen. Toen en nu.

Gelukkig heb ik vrije gedachten, meegekregen van mijn ouders. Happy me.

Willie,
4 november 2020
“Boeken in tijden van corona, deel 4”
De jacobsladder (1986)
door Maarten ‘t Hart

Posted in Corona | Reacties uitgeschakeld voor Herlezen in tijden van Corona. Deel 4

Herlezen in tijden van Corona. Deel 3

“Jij bent een soort vacht voor hem”, deze zin spookt ondertussen een paar dagen door mijn hoofd.
– Een jonge puber, (in mijn derde herlezen boek), moet onverwacht en ongevraagd voor zijn gehandicapte oudere broer zorgen. Hij doet het met zo’n indrukwekkende empathie, dat alle pillen en andere tranquillizers voor zijn zieke broer overbodig worden.-
Dat heb je ervan, als je een soort vacht voor iemand bent, waarin de ander zich veilig voelt.

Hun vader, ruwe bolster met een beetje blanke pit, houdt van een geintje en ziet óveral ‘han-del’ in. Toch mag ik hem wel die Maurice, hij komt vaak filosofisch uit de hoek, zonder dat hij het zelf door heeft. Deze pa ritselt wat af, maar als het puntje bij paaltje komt verzucht hij:
“Zonder elkaar hebben we allemaal niemand.”

Herlezen in corona tijd? Twee jaar geleden las ik over de zin, waar vacht in genoemd wordt, heen. Menigmaal ging er ook geen lichtje branden bij andere mooie gedachten. Het leven was toen zó, zó verschrikkelijk vanzelfsprekend.

“Door omstandigheden verandert een mens in kleinigheden”, overdenkt Jaap Robben in het begin van zijn boek.
Ehh, dat was ik nu ook weer niet van plan.

Willie,
28 oktober 2020
“Boeken in tijden van corona, deel 3.”
Zomervacht (2018)
door Jaap Robben

Posted in Corona | Reacties uitgeschakeld voor Herlezen in tijden van Corona. Deel 3

Herlezen in tijden van Corona. Deel 2

Sinds oktober 2005, toen ik dit boek kreeg van een bovenste beste collega, is het mijn “lievelings”.
Ik werkte destijds als taaldocent op AZC’s, zag en hoorde veel. Vaak sloot ik, aan het eind van de lesdag, bedrukt de deur van het klaslokaal. Happy me, dat er in ons werkkamertje altijd een luisterend oor was.

Mijn tweede -herlezen- boek maakte me toen, vijftien jaar geleden, duidelijk hoe naast ellendig verdriet, mensen ook lichtpunten verzamelen.
Deze week raakte het verhaal me opnieuw, hoofdstuk voor hoofdstuk. We hebben namelijk niet zo veel te willen: Meneer Lihn niet als slachtoffer van een brute oorlog, wij niet als slachtoffers van een pandemie.

Meneer Linh, de hoofpersoon, weet alleen zelf nog hoe hij heet. “De oude man heet meneer Linh. Hij is de enige die weet dat hij zo heet want iedereen die het wist is om hem heen gestorven.” Bombardementen, hè.

In zichzelf gekeerd zoekt hij, in zijn nieuwe ‘vader’land, naar iets, wat voor eeuwig onder de puinhopen ligt. De kracht van meneer LInh is, dat hij trouw blijft aan zijn integriteit. Hij toont respect en veroordeelt nooit. Wat een karakter. Chagrijn staat niet in zijn woordenboek.

Lieve meneer Linh, ik heb je deze week niet één keer herlezen, maar wel drie keer. (Want zo dik ben je nu ook weer niet!) De ontroering werd er niet minder om.
Je hebt me geholpen om onze tweede lockdown in een breder perspectief te zien.

Willie,
21 oktober 2020
“Boeken in tijden van corona, deel 2.”
Het kleine meisje van meneer Linh (2005)
door Philippe Claudel

Posted in Corona | Reacties uitgeschakeld voor Herlezen in tijden van Corona. Deel 2

Herlezen in tijden van Corona. Deel 1.

Nu door de beperkingen er wederom zeeën van tijd ontstaan, en ik geen zin heb om daar doelloos op te dobberen, bedacht ik (alweer) een plannetje.

Elke week ga ik een -ooit gelezen- boek afstoffen. Benieuwd hoe ik nu, sadder and wiser, over de inhoud denk. Laten we hopen, dat niet alle boeken aan de beurt komen, want dan zijn we járen verder. Goed.

“De Kleine Prins” van Antoine de Saint-Exupéry bijt de spits af.
Het is maar een flodder van een boekje, ooit op een rommelmarkt gekocht. Ik weet, er bestaan prachtige dure ingebonden versies, daar is nooit van gekomen. Want in mijn hoofd was het “maar” een ingewikkeld sprookje. Totdat.

Totdat ik het deze week opnieuw las, herlas en ik bijna bij elke alinea een potloodstreep zette. Ik mag dat graag doen in mijn boeken, mooie gedachten accentueren.
De Kleine Prins (DKP) is wijzer dan wij allemaal bij elkaar.
Bijvoorbeeld, omdat hij maar één roos bezit, verzorgt hij haar met volle aandacht en uiterst liefdevol. Roos en DKP zijn beiden dolgelukkig.

Middels een gesprek van DKP met een wolf raak ik onder de indruk van het begrip ritueel. “Zonder rite geen vrije tijd, anders is elk moment hetzelfde.” De wolf spreekt uit ervaring. Elke donderdag gaan de jagers uit zijn dorp dansen met mooie meisjes. Dan heeft de wolf vrij, hij kan lekker op zijn gemak wandelingetjes maken en kippetjes vangen. De andere zes dagen zijn voor hem een brij van uren, die zich nutteloos aaneenrijgen.

DKP belandt op veel planeten en gaat in gesprek met karakters van allerhande allooi: een koning, een dronkaard, een lantaarnopsteker, een zakenman, een aardrijkskundige, een koopman, een wisselwachter en een ijdeltuit. Elk gesprek is te herleiden tot de pandemie van vandaag.

Daarbij wint één citaat met vlag en wimpel.
De Kleine Prins: “Ik weet een planeet, waar een rood-oranje meneer woont. Hij heeft nooit aan een bloem geroken, nooit naar een ster gekeken. Hij heeft nooit van iemand gehouden maar altijd alleen maar optelsommen gemaakt. Hij zegt de hele dag dat hij belangrijk is. Dan zwelt hij van trots. Maar dat is geen man, dat is een paddenstoel.”

Duidelijk toch?

Willie,
15 oktober 2020
“Boeken in tijden van corona, deel 1.”
De Kleine Prins (1943)
door Antoine de Saint Exupéry

Tenslotte, een kleine greep uit de aangestreepte zinnen:
*) Grote mensen begrijpen nooit iets uit zichzelf, daarom moeten kinderen veel geduld met hen hebben.
*) Volwassenen houden van cijfers. Zij vragen nooit: “Hou je van vlinders?”, maar willen weten wat je huis waard is.
*) Bloemen zijn zwak en goedgelovig. Daarom hebben de mooiste doornen nodig.
*) Als je onbelangrijke woorden te ernstig opvat, word je ongelukkig.
*) Rupsen moet je verdragen als je vlinders wilt zien.
*) Voor koningen is de wereld heel eenvoudig: iedereen is onderdaan.
*) Men moet van niemand meer eisen dan hij geven kan.
*) Rechtuit kom je niet ver.
*) Als het je lukt om een juist oordeel over jezelf te hebben, dan heb je de ware wijsheid gevonden.
*) Voor ijdele mensen zijn alle anderen bewonderaars.
*) Belangrijke mensen hebben geen tijd om te dromen.
*) Wat je ziet is een omhulsel. Het belangrijkste is onzichtbaar.
*) Alleen met je hart kun je goed zien. Het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar.
*) Een ritueel maakt dat de ene dag verschilt van de andere.
*) Door rites krijg je vrije tijd.
*) Als je mij tam maakt, ben ik voortaan verbonden met jou. Dan ben je voor mij de enige op de wereld.

Posted in Corona | Reacties uitgeschakeld voor Herlezen in tijden van Corona. Deel 1.

Wagenpark

Hoera! Daar is ie weer, de ochtendwandeling, om mijn corona stress de baas te blijven. Deze dagelijkse tocht heet: ”Rondje begraafplaats”. Overigens klinkt dat luguberder dan het is. Vanuit ons huis gerekend, is het een half uur gaans, net voorbij die dodenakker keer ik terug. Niets meer en minder dan een tijdspanne.

Vrijdag:
Ook bij het krieken van de dag zijn er begrafenissen. Een lijkwagen glijdt stapvoets over de dijk, de familie is veilig binnen. Vrienden, buren en collega’s vormen in de berm een erehaag. Covid-19 hè.
Tussen de geparkeerde auto’s houd ik mijn wandelpas in. Plots valt mij iets bijzonders op: alle auto’s lijken hier op elkaar. Niet te groot, niet te klein, weinig opsmuk, veel tinten grijs, blauw en zwart. ‘Middenklasse’ zeg maar. Mijn nieuwgierigheid is gewekt. Is dit toeval, heeft deze overledene zijn of haar leven geleid tussen de Jan Modalen? Zijn het de normen en waarden van de familie, waar de dode zich aan houden moest? (Doe maar gewoon dan doe je gek genoeg?) Of zijn het de verzamelde vrienden? Of is het een gevolg van een arbeidsverleden?

Maar een vehikel, beschilderd met felgekleurde papegaaien en zinderende bloemen, wat doet het hier? Ik fantaseer dat de eigenaar een oude jolige oom is, de paradijsvogel van de familie. Altijd leuk als ie kwam, iedereen opgelucht als hij zijn bolide weer startte.

Maandag:
Na drie dagen is het opnieuw  raak. Drukte alom op de IJsseldijk. Weer houd ik mijn pas in, geef ik ruimte aan de nabestaanden. Ondertussen laat ik mijn blik vallen op alles wat geparkeerd staat. Nondedju, dat is nogal wat. Dikke jaarsalarissen op vier wielen. Niet twee of drie, ik tel er achttien. Er is één uitzondering: dat oude, tot in de puntjes onderhouden Opeltje. “Vast van de trouwe huishoudster”, besluit ik, terwijl een herfststorm me bekant in het water doet belanden.

Is het een wet van Meden en Perzen, dat mensen medestanders in hun leven verzamelen met gelijke behoeften? Ik steek er mijn hand niet voor in het vuur, opvallend vind ik het zeker, gezien mijn observaties bij het IJsselhof.

Vandaag, ik was wat later vanwege een plensbui, werd dit idee nogmaals versterkt.
Wat een allegaartje, wat een schroothoop, wat veel overbodige knalpijpen en opgelapte karren. Wel in alle kleuren van de regenboog! Luid schalde André Hazes tussen de vallende bladeren door.

Zo zie je maar: ieder krijgt zijn wagenpark, dat hij heeft gecreëerd. En verdriet klopt op elke autodeur.

Willie, 6 oktober 2020

Posted in Corona, Perspectief | Reacties uitgeschakeld voor Wagenpark

Volgens mij ben ik boos

Boos op mensen die niet voorzichtig zijn.
Boos op mensen die corona ontkennen.
Boos op mensen die het RIVM volgen, maar niet “tussen díe regels door lezen”.
Boos op mensen die het me moeilijk maken om bedachtzaam te zijn.
Boos op mensen die lacherig doen.
Boos op mensen die wél feestvierden, zodat ik nu niet meer naar mijn “jonkies” mag.
Boos op mensen die ontkennen dat de zorg weer een zware dobber krijgt.
Boos op de Heer Engel, die met zijn vleugels onzin verspreidt.
Boos op ouders op een speelplaats, die geen afstand houden.
Boos op een deftige oude dame bij de Hema, die geen mandje wil pakken.
Boos op de jongeman, die zich bij AH manifesteert: “Ik leef in een vrij land.”
Boos op scholieren in de trein, die met gejoel en gelach een besmettingsbron zijn.
Boos op mensen die hun gezond verstand niet gebruiken.
Boos op de politiek, die klinkende munt wil slaan uit deze heikele tijd.
Boos op “gemak” achter de voordeur.
Boos op gezagdragers die vergeten het goede voorbeeld te geven.
Boos op ondernemers die niet verder kijken dan hun corona-neus lang is.
Boos op al die onverschilligheid.
Boos op mensen die boos zijn op een situatie, waar niemand om gevraagd heeft.

Zo. Dat lucht op. En morgen pluk ik een roos.

Willie, 1 oktober 2020

 

 

Posted in Corona | Reacties uitgeschakeld voor Volgens mij ben ik boos

Corona helden

Durft hij het te vragen? Gaat zij hem niet de deur wijzen? Want de keuken, en alles wat daaraan vast zit, is haar domein: Keulse potten, een appelmoeszeef, weckringen, kurken en dopjes, omgewassen jampotten of een vermolmd boterschaapje. Puddingvormen, ook een peper-en-zoutstelletje met Alex (zout) en Maxima (peper). Een gehaakte theemuts uit de zeventiger jaren en een servies gespaard door haar moeder, met zegeltjes van de Gruyter. Koffiemokken via DE. Een kaasschaaf, verkregen na jarenlang plakken en rekenen bij de kaasboer op de donderdagse markt. Nee, in haar keuken is niets aan het toeval overgelaten.

“Met zuinigheid en vlijt, bouwt men huizen als kastelen”, vrij omgekeerd vertaald: “My kitchen is my castle.”

En nu. Durft hij de stoute schoenen aan te trekken? Al dagen zoekt hij naar een oplossing. Want werk gaat voor, soms zelfs vóór het meisje. Het is vandaag de dag niet makkelijk om de functie, waarvoor hij is aangesteld, naar behoren uit te voeren.
Hij kan onmogelijk na elke actie zijn handen wassen. Zijn dunne vel, want eerlijk is eerlijk, hij is ook geen twintig meer, wordt kriegelig van al die ontsmetting. Toen gister zijn laatste nachtdienst er bijna opzat, kreeg hij een slim idee. Zijn glimlach weerkaatste in het maanlicht.

De voordeur behoedzaam sluitend, sok voor sok de trap op, slechts een klein peertje aan,
alles in het werk gesteld om zijn keukenprinses niet gramstorig te maken en hopend op een positief antwoord.

“Truus, mag ik een dienblaadje uit jouw keuken mee naar mijn werk?”
Zijn snor trilt van zo’n ‘brutale’ vraag.

’s Anderendaags reis ík met de trein naar Groningen. Heel vroeg. De deuren van de coupe gaan breeduit open. Een conducteur met snor begroet ons, de reizigers, joviaal. Hij heeft er duidelijk zin in.

“Goedemorgen deze morgen, het is nog vroeg, maar wilt u uw plaatsbewijs op mijn dienblaadje leggen? Krijgen we allemaal geen corona. Met dank aan mijn Truus.”

Licht gegniffel, maar vanaf gister zijn Truus en haar conducteur met snor, mijn corona- helden.

Willie, 27 september 2020

Posted in Corona, Reizen | Reacties uitgeschakeld voor Corona helden

Breien

Wanner de herfst zich aandient, ga ik opzoek naar breipennen. Dat gaat vanzelf, het is geen vooropgezet plan. Het is als de trekvogels, die zonder briefing ineens het luchtruim naar warmere oorden kiezen. (Ook al vallen hier de kraaien nog uit de september-bomen, zij gaan toch.) Of zoals nijvere eekhoorns, zonder persconferentie, met z’n allen nootjes  verstoppen. Of mollen, die  dieper een holletje graven. Of kikkers, die in de modder de lente afwachten. Nogmaals, er komt geen ingelaste uitzending aan te pas.

Eenmaal, de geërfde gele houten naaldenkoker gevonden, waarop een boerinnetje is ingebrand, ga ik op speurtocht in huis naar bolletjes wol. Ik zoek speciale kleuren: beetje oranje met een tintje bruin. Als een mimicry tussen de vallende blaadjes.

Jammer, wat ik zoek, vind ik niet in mijn voorraad op zolder. Wel restanten vaal bruin van een babyjasje uit de zeventiger jaren, een streng verlopen grijs van een trui die nooit afkwam, een kluwentje verschoten lila van een kinderjurkje.Verder een ratjetoe aan halve of anderhalve bollen waar mijn leven in verweven was. Gedane zaken nemen geen keer.

Nee,  de kleur moet ruiken naar de herfst die vandaag in mijn neus kringelt.

Op naar de handwerkwinkel. Daar ligt wat ik in mijn hoofd heb. Tintje oranje, tintje bruin, samen mooi gemêleerd in een kluwen.
Als de wiedeweerga pak ik thuis “vlug de pennen” en ga aan de slag. Speculaas in de trommel en een vaas met chrysanten op tafel. Twee recht, twee averecht. Het wordt een sjaal bij mijn nieuwe winterjas.
“Kijk toch eens, hoe mooi het wordt!” Gade knikt geduldig.

Vandaag verruil ik mijn zomergaderobe voor de winterse variant. Wat blijkt?
In een doos, getiteld: ‘Wanten, sjaals en mutsen’, vind ik drie oranje/bruine sjaals die deze winter niet hadden misstaan.

Maar dan, dán had ik me niet de herfst ingebreid.

Willie, 23 september 2020

Posted in Verhalen | Reacties uitgeschakeld voor Breien

Verdriet

“Zoveel soorten van verdriet, ik noem ze niet.” Mag ik deze beginregels van het prachtige gedicht van Vasalis ook zomaar gebruiken als het gaat om een afscheid van vier mensenkinderen die ver weg wonen?
Eigenlijk te ver, zoals elke keer blijkt. Ooit dacht ik, dat het met elke vakantie makkelijker zou worden, maar niets is minder waar.
In de eerste jaren waren het waterige ogen, als we toeterend en uitbundig zwaaiend wegreden. Toen kwam er een snifje. Niet lang daarna had ik een zakdoek nodig.

Nu daar twee prachtige bergkleinkinderen zijn, duurt mijn tranendal tot kilometers voorbij Grenoble.
En deze verschijnt, oeps, de volgende dag, zomaar weer in Gouda.

Dertien uur rijden is een eind, een heel eind voor zomaar een oppasdag of een middag voor te lezen uit Pluk.
Dertien uur rijden is een eind, een heel eind om even te keuvelen óf de toestand van de wereld te bespreken óf een kopje koffie te drinken.
Dertien uur rijden is een eind, een heel eind, om een blond dametje van zes met beelderige krullen, in slaap te zingen.
Dertien uur rijden is een eind, een heel eind, om een stoer mannetje van twee, even aan mijn huid te laten kriebelen en kroelen.

Het is niet anders, het viertal is beregelukkig in les Ecrins, dus wat wil ik nog meer?
Niets.
Nou ja.

Willie,
Gouda, 31 augustus 2020

Posted in Kinderen, Kleinkinderen | Reacties uitgeschakeld voor Verdriet

Corona op vakantie

Met mijn bedekte mond stiefel ik haastig door de Franse supermarkt. Het uren zoeken naar én snuffelen aan smeuïge kaasjes is er dit jaar niet bij. C’est triste.
Snel als de bliksem pak ik een stuk Camembert uit de koeling, rep mij langs het wijnschap en sluit me, op afstand, aan bij de kassa-rij. Op afstand. Juist, de Hollandse anderhalvemeter is een tweede natuur geworden. Onze minister-president kan op zijn harige borst kloppen. Ik doe niet anders dan: Afstand, Proper en Afweer. (APA). De drie R’s steken er bleek bij af.

Welaan, regels zijn regels, ook hier, in ons vakantiedorp in de bergen. Maar niet helemaal. Want soms hangen mondkapjes aan brillen of aan één oor. Of ze wiebelen op een zweterig voorhoofd. Of zij bedekken slechts een kin. Zij laten de neus vrij of slingeren om een nek. Al met al een bijzonder aanzicht.
Klanten bukken en buigen over elkaar om de gewenste artisjok te vinden, alsof zij Twister spelen. Eenmaal de winkel uit, gaat ‘le mask’ achteloos in een broekzak, handtas of het raakt verzeild tussen de boodschappen. Morgen mag ie weer beschermen. En overmorgen.
Waren daar in ‘Pays-Bas’ geen regels voor, hoe om te gaan met een mondkapje?

Verder:
– Bij het postkantoor hangt een affiche op de klapdeur met de tekst dat achter elk ‘mask’ een glimlach schuilt. Soms zeggen de ogen anders.
– Op de markt heeft de burgemeester een tafeltje laten plaatsen. Daarop een schoenendoos met twintig enveloppen, elk gevuld met een geweldig omslachtig schrijven van ‘le maire’ én vier mondkapjes. Gratuit. Wat een briljante geste. Toen ik na een uur terug slenterde met een tros knoflook, was de doos nog propvol. Kijk, zo werkt het hier. Een fransoos heeft zijn trots.

Nog steeds weet ik niet, welke maatregelen ertoe doen, hoe we corona een poepie kunnen laten ruiken. Hoe statistieken en cijfers geduid moeten worden; ík kan er geen chocola van maken. Dus volg ik gewoon de opgelegde APA.

Nu maar hopen dat ‘rood’ in de kleurdoos blijft, hier en daar en overal.

Willie, 27 augustus 2020
L’Argentiere la Bessée

Posted in Corona, Perspectief | Reacties uitgeschakeld voor Corona op vakantie