Vier mei

Ik reis drie uur met de trein en heb zo de kans om de krant van vandaag en die van gisteren tot de laatste letter te lezen.
Klimaat, verkiezingen in Frankrijk, gehakketak over wie we -wel of niet- mogen herdenken, de kabinetsformatie: verplichte kost, maar soms kijk ik even door het raam om mijn hoofd te legen.
Het is vier mei.
De conducteur komt langs, dit keer niet ter controle. Met een stem als een klok verkondigt hij dat om acht uur de trein stil staat en we twee minuten stil moeten zijn voor de vrijheid van alle mensen. ‘Alle mensen’ benadrukt hij en vervolgt in het Engels: ‘fojw fjweedom fojw efferieboddie.’ Hij doet blijkbaar niet mee aan de discussie over de dodenherdenking van vanavond. Twee minuten lang stil voor allen die niet in vrijheid konden leven. Het is me uit het hart gegrepen. Met zijn boodschap gaat de man van ‘gansch het raderwerk’ van coupé naar coupé.
Het is vier mei.
Het is onrustig in de trein. Kooplustige tieners giechelend over school en vrienden. Discussiërende studenten, een neuriënde toerist. Een onrustige hond, twee spelende kinderen. Japanse meisjes druk in de weer met hun Nokia’s. Verderop vier vrouwen van Somalische afkomst. Zij hebben veel te bespreken.
Een Marokkaanse man belt druk gebarend. Het lijkt alsof zijn wereld vergaat.
We zitten allemaal in treinnummer 4061. Ik ben benieuwd hoe dat straks gaat. Zal het lukken, die twee minuten?
Het is vier mei.
Acht uur, de trein remt. Piepend staan we stil. Ergens tussen Assen en Groningen. In het wijdse weideland. Alles is groen. Een onschuldige kleur.
Het is vier mei.
Acht uur. Het is stil in de trein. Zo stil. Ik ben gelukkig en huiver.

Willie, 4 mei 2017

Posted in Perspectief | 2 Comments

De Dame Van De Bank

Omdat de ING had bedacht dat wij –misschien- financieel wat ongeletterd zijn, mogen we op bezoek komen voor een gesprek.
De luttele spaarcentjes konden toch beter besteed, nietwaar?
We arriveren op een winterse dag in april, het gebouw ademt warmte. Niet alleen door de overal aanwezige vaderlandse kleur, ook door een baliemedewerker die ons correct aanspreekt, ons plaats laat nemen op een bank en zich haast naar de koffieautomaat.
‘Mevrouw, meneer alstublieft. Uw espresso.’ Oranje leeuwen grijnzen ons aan.
‘Meneer en mevrouw R.? Loopt u mee naar de eerste etage?’ De Dame Van De Bank die ons had uitgenodigd, schudt de hand en vraagt haar te volgen. Ook dat klopt: altijd vóór je gasten een trap op lopen.
Boven staat een gesoigneerde jongeman in pak, de huisstijl kleur subtiel verwerkt in zijn overhemd. Ook zijn manchetten verraden dat hij niet bij de Rabobank werkt. Hij leert het vak.
Jawel, koffie hebben we al. Ik roer nog eens in een oranje bekertje.
Afwachtend als wij zijn als het om grote banken gaat, laten we De Dame Van De Bank eerst aan het woord.
En dan, verbazing alom. Ze praat gewoon. Niets geen jargon. Zij heeft het niet over banksparen, transparant, franchise, nominale rente, fiateren, excasso, solvabiliteitsratio, digital huishoudboekje, out-of-the-money of estate planning.
Ook spreekt De Dame Van De Bank niet over blijverslening (ofschoon, als we misschien ooit écht oud worden, kunnen we dan in ons huis blijven wonen?). Ook zwijgt De Dame over een gouden parachute. Ik denk dat zij ons verleden al heeft doorgespit. Zelfs life-events wordt niet uitgesproken.
Nee. Niks nakka nada. Zij spreekt Nederlands.
‘Wilt u iets over uzelf vertellen?’
‘Heeft een dag of wat?’
‘Gaat u gang.’
Wij vertellen wat wij kwijt willen. Levens. Zorgen. Geluk. Werk. Pensioen. En weer werk. Een mooi huis. Ruim twee elftallen kinderen en kleinkinderen. Hobby’s en vakantie.
‘Of we daar voor moeten sparen?’
‘Nee hoor.’
Ondertussen typt De Dame het een en ander in. Er verschijnen bedragen op haar scherm.
De jongeman kijkt mee, hij weet iets van onze auto en vindt dat we daar nog een aantal jaar geen onkosten aan hebben. Mooi zo, jongeman.
Nu stelt De Bank-dame vragen:
‘Eigen huis? Aflossen? Vakanties? Buffer voor een kapotte laptop? Auto? Fiets? Laptop? Begrafenis ☺? Lekke dakgoot? Verre reizen? (Aha, daar is het life-events)
Plots rolt uit haar computer een overzicht waar wij, financieel ongeletterd, toch ook zélf over nagedacht hadden. Mooi dat het klopt. Stelt gerust.
‘Buffertje hier, wat aflossen daar en vooral genieten van leven en in 2031 zien wij u hopelijk terug.’
Zeker weten, Dame Sandra Van De Bank. Bij leven en welzijn bespreken we over veertien jaar een blijverslening. Dan mag u ons wederom adviseren.

Willie Lek, 28 april 2017

Posted in Perspectief | Reacties staat uit voor De Dame Van De Bank

Verstoppen

Voor mij, op een Franse keukentafel, staat een bakje met water. Gewoon water uit de kraan. Het ziet er een beetje smoezelig uit, want er drijft sinds vanmorgen een ei in. Een dino-ei. Bijna echt. Crème en craquelé. Op het doosje, waar hij in gekocht is, staat dat het even duurt voor de kleine dino het daglicht ziet.
Dat is lang wachten voor een driejarige. Maar goed, ze brengt het op, mede omdat haar papa en mama steeds blijven uitleggen dat ‘il prends son temps’.
Het lijkt een equivalent van de marshmallow-test. Als je als jong kind kunt wachten ben je later succesvol. Zo iets.
De eerste ochtend is het ei een beetje gebarsten. We zien een groenig velletje. Lisa, de driejarige, legt een aardbei naast het bakje, want de dino baby moet goed eten. Vindt ze.
Er gaat nog een dag en nacht voorbij. Dan is de dino rond en dik geworden en het ei is open. We gooien het grauwe water weg, we drogen de baby af. Alweer een aardbei voor hem, nu op een poppenschoteltje.
‘Dino, waarom verstop je je eigenlijk in een ei?’
Dino praat niet, maar oma wel.
‘Omdat ik daarin geboren ben.’
‘Oma, is dat verstoppen? Dat wil ik ook. Oma, kom je me zoeken?’ Ze klimt de trap op naar de woonkamer.
‘Oma, je me cache. Tu me cherches, s’il vous plaît?’
‘Oui, oui, Moppie, ik kom eraan.’
‘JE! NE! SUIS! PAS! MOPPIE! Je m’apelle LISA!’
‘Ook goed. Maar waar ben je?’
‘In een ei.’
‘Een, twee drie, ik ga je zoeken!’
Zoals het hoort, zoek ik op alle plekken in de kamer, onder de tafel, in de boekenkast én achter de bank met de uitroep: ‘Lisa, waar ben je? Zit je hier?’
Ze zegt niets terug, ik zie in mijn ooghoeken een deken bewegen.
‘Lisa, ben je verstopt in de deken?’
‘Oui, maar je mag me niet vinden.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat ik eerst twee dagen in een glas water moet.’
‘Je comprends.’
‘Met een fraise, oma.’
In de keuken vind ik aardbeien en leg ze in een bakje.
‘Lisa, kijk! Eten voor je.’
‘Je ne suis pas Lisa. Je m’apelle dinoSAURWWW. Grrrrr.’
‘Ok. Tot over twee dagen, als je uit het ei gekomen bent.’
‘Maar oma, kom je wel met me spelen?’

Wat dacht je? Dat oma de schaarse uren in het Franse land vergooid?
Lisa, Moppie of dinoSAURWWW: elke seconde is goud waard.

Oma Willie, april 2017

Posted in Kleinkinderen | Reacties staat uit voor Verstoppen

Lente

Spruit,
springt, twinkelt,
bot, bloesemt,
geurt en kleurt.
Fluit, fluistert,
kirt en ademt.
Zoent en verwacht.

Lacht op het terras,
groeit in het bos.
Geeft de magnolia een tooi,
rijkt het kind een madelief.

Overmant de grijsaard,
wast de grauwheid.
Verschoont de weiden,
knipoogt naar de woerd.

Genadeloos begin van
dagen die lengen,
levens die beginnen,
rokjes van katoen.

Vliegt door mijn haren.
Daagt uit,
geeft ruimte.
Belooft.

Willie, 26 maart 2017

Posted in Perspectief | Reacties staat uit voor Lente

Lekker ‘Lek-ken’

Broertje met een paar schroeven en wat metaal in zijn schouder, schoonzus een keer extra onder het mes, omdat er iets mis liep is tijdens de vorige operatie: als dat vlak voor acht maart plaatsvindt gaan onze familiebellen extra rinkelen.
Want, de dag der dagen is voor mijn broers en zussen de achtste maart. Sinds wij wezen zijn, en dat zijn we al een poosje, dineren we deze dag samen. Een traditie, zodat wij er zeker van zijn dat we elkaar minimaal een keer per jaar zien, in volle formatie. Gewoon, lekker ‘Lek-ken’ onder elkaar. Overigens gaat aangetrouwd gezellig mee.
In elke agenda, op elke keukenkalender is deze dag heilig. Zó heilig, dat er in sommige gezinnen geen notitie van gemaakt wordt. Acht maart is acht maart.
De dagen lengen, het voorjaar staat op springen. De grond begint te ruiken, de prille zon verwarmt. Nieuwe beloften én ooit voor mijn ouders veel werk aan de winkel.
Harken, poten, zaaien, de toekomst in. ‘s Morgens nog wat donker, maar ‘s avonds kwam vader later terug van het land, het is nog eventjes licht (tijd is geld). Dan maar om zeven uur het avondbrood.
Dat gevoel, van hoopvolle verwachting dat elk stekje, bolletje, zaadje of plantje groeit tot iets lekkers of moois, dat is voor mij acht maart.
Komt het door de vroege veelbelovende lente, de geboortedag van mijn vader, de positieve insteek van mijn ouders?
Komt het door mijn broers en zussen, dat ik acht maart zo belangrijk vind?
Eigenlijk weet ik het niet, misschien is de wetenschap dat ik in een warm nest geboren ben meer dan voldoende.
Die warmte gaat nu naar Hennie en Cobie, om hun beiden beterschap te wensen.
We zien elkaar dit jaar in mei. Zes wezen en zeven lieve aangetrouwden aan de dis, om zoals elk jaar te voelen hoe rijk we zijn.

Willie,
Maart 2017

We missen Annie, Jack en Joop.

Posted in Familie | 1 Comment

Rijkdom?

Vandaag draai ik weer een kaartje om, één van de 365 kaartjes voor 2017, die een glimlach, een overdenking of een houvast willen schenken. Of een wijze raad.
Geen overbodige luxe in deze barre tijden: als Trump Obama beschuldigt (we konden er op wachten), als topmannen blijven verduisteren, als Commissarissen van de Koning unieke familiebanden onderhouden, als knuffeldieren lekken: dan is een kaartje op zijn tijd aangenaam.

Ik lees: “Er zijn zoveel dingen die ik níet begrijp. Wat een rijkdom.”
Ehh, ja.

Waarom doet Trump zo, waarom wil de topman van Samsung meer geld hebben, waarom mag je schoonzus een mooi behangetje regelen, waarom hebben kinderen geen gebreide knuffels van hun oma?

“Er zijn zoveel dingen die ik níet begrijp. Wat een rijkdom.”
Ehh, ja.

Waarom steken mensen elkaar al eeuwenlang in de fik, als het gaat om hun God, Allah, Jahweh, Boeddha of ander vermeend gezagsdrager uit een ongrijpbaar universum?

“Er zijn zoveel dingen die ik níet begrijp. Wat een rijkdom.”
Ehh, ja.

Zo gemakkelijk is het voor mij niet, ik kan niet alles zomaar naast me neerleggen. Aard van het beestje. Ik zoek, ik denk en ik lees. Dan vind ik een nieuw woord om over na te denken: sprezzatura.
Is dat het misschien? Een houding aanleren waarbij het aardsgeneuzel als vanzelf van me af zal glijden? Wil ik dat wel? Ook niet echt.
Uiteindelijk kieper ik het kaartje-van-de dag in de prullenmand en pak mijn fiets, om tegen de storm in, een andere leuze te verzinnen.

Willie, 28 februari 2017
PS. Gevonden! “Begrijpen is rijkdom”

Posted in Perspectief | Reacties staat uit voor Rijkdom?

Oma Pluis en Vogel

De krant van gisteren ligt op mijn schoot. Ik gebruik vaak een oud exemplaar als ik aardappels schil. Vandaag een kilootje of wat, want ik kook voor het grootste gezin van mijn kinderschaar. Zes monden te vullen. Ook is de wens is uitgesproken dat er vanavond: ‘gebakken-aardappeltjes-met-zo’n-lekker-korstje’ op tafel staan, daarom voldoet een handje vol niet.
Wij zitten samen op de bank, Rein van vijf en ik. We hebben pret, want er zitten lange wortels aan de aardappelen. Ze lijken op mensen met piekhaar, of omgekeerd op mannetjes met baarden. Bij een groot exemplaar snijd ik er oogjes in, soms met een mond erbij. Rein moet onbedaarlijk lachen.
‘Kijk, deze lijkt op Barbapapa!’
Hij giert het uit.
Als een aardappel geschild is, deel ik hem in tweeën of vieren, zo gaan de stukken in de pan. Water spettert in het rond.
Ongeveer twintig exemplaren verder is mijn maatje ineens stil.
Hij kijkt naar de krant en ziet Nijntje met een traan. Natuurlijk hebben zijn ouders verteld dat Dick Bruna dood is, maar oog in oog, is het gebeuren van een andere orde.
‘Oma, is Nijntje ook dood?’
Ik snijd in mijn duim en probeer een antwoord te formuleren.
‘Nou, kijk Rein, dat zit zo …’
‘Ohh, natuurlijk niet, want alleen Oma Pluis is dood. Wanneer ga jij dood? Als je in elkaar gezakt bent?’
‘Dat denk ik, ja.’
‘Oma, Max Velthuijs is nog niet dood, toch? Maar Vogel wel. Die doet het niet meer.’
‘Dat is waar. Daarom maakten Rat, Eend, Varkentje en Kikker een mooi grafje voor hem.’
‘Is dat die kuil? Met bloemen?’
‘Ja. Dat is lief, vind je niet?’
‘Wat heb je nou aan bloemen als je dood bent. En ze gooiden ook nog een bloem óp de steen. Vogel kan helemaal niets zien. Wat heb er er dan aan?’
‘Nee. Tja. Klopt. Maar.’
‘Oma, wil jij bloemen als je dood bent?’
‘Ja.’
‘Ok.’
‘Wil je nu Oma Pluis voorlezen?’
Ik laat het schilfestijn voor wat het is, zoek Oma Pluis in de boekenkast en samen lezen voor hoe het is, als een lief iemand dood gaat.
‘Eigenlijk helemaal niet erg,’ concludeert de jongeman.
‘Dood is dood. Daarna ga je dansen, want dat kan. Net als bij Vogel in het boek van Kikker.’
Juist, Reinemans. Zo is het.
Vanavond eten we gebakken aardappeltjes mét korstjes.

Oma Willie,
20 februari 2017

Posted in Kleinkinderen, Perspectief | Reacties staat uit voor Oma Pluis en Vogel

Scratch

Dag grote goeie hond!

Je at mijn Teva’s op.
Je enthousiasme kende geen grenzen als wij arriveerden.
Je zorgde voor vaste rituelen in Huize Van Rijn-Prat.
Je lag vaak zo lekker op je kleedje.
Je kreeg soms van Rick of mij een stukje kaas. (niet doorvertellen hoor, in je hondenhemel)
Je kon knorren van genot, op je rug, naast de gloeiende kachel.
Je rook in de verte al als er post uit Nederland kwam met een bot erin.
Je was zo’n trouwe maat voor Rogier.
Je was zo verschrikkelijk toegewijd aan Sandra.
Je was de bewaker van Lisa.
Je waakte over de dames als Rogier op reis was. (kroop je niet een keer stiekem naast Sandra?)
Je hield de roedel in de smiezen.
Je trok nooit aan de riem, als “oma” met je wandelde.

Nú kan ik weer sjieke kleren aan als ik op bezoek kom:
Geen poot meer op mijn bloesje.
Geen nagels meer in mijn panty’s.
Geen haren meer op mijn rok.

Wou dat ik dit weekend kon terugdraaien.

Willie,
30 januari 2017

Posted in Kinderen | 1 Comment

Suikerland

Ruim voor de les begint, ben ik in mijn lokaal. Ik leg de boeken klaar en wrijf mijn handen warm. Zoetjesaan druppelen cursisten binnen. Velen verkleumd van de kou, want in landen van herkomst was de kou er niet, óf was de kou anders. Droge kou is van een andere orde dan natte kou.
Terwijl ik nog even het lesprogramma lees, gaat de deur met een grote zwaai open. Amjer komt binnen.
‘My teacher’ (zijn Nederlands is nog niet wat het behoort te zijn), ‘vandaag sugarcountry, mooi.’
Opgewonden zet Amjer zijn bontmuts af en wijst naar buiten.
‘Sugarcountry, look, look.’
‘Ja, Amjer ik weet het. Ik heb een uur door dit witte landschap gefietst. Het is prachtig.’
‘Look, kijken, mooi, wunderfull.’
We lopen samen naar het raam en bewonderen de witte bomen.
‘My teacher, naam?’
Zoveel leergierigheid, zoveel willen weten, zo graag aanpassen, maar nog zoveel primaire hiaten in de taal. Moet ik mijn programma omzetten en gaan vertellen over rijp, ruige rijp of uitsneeuwende mist?
Dacht het niet, of toch?
Mijn Hollandse bloed kruipt waar het niet gaan kan: ijspret, koek en zopie, doorlopers, bevroren sloten, poldertochten. Verlichte ijsbanen en jolijt met buurjongens in de vrieskou. De namen van de Elf Steden kan ik opdreunen. Hopen dat de ijsbrekers vast komen te zitten. En dat zwanen en eenden de koppen bij elkaar steken en slechts één groot wak maken in de polder. Kranten onder mijn trui voor de kou en rode wangen van pret. Kolenkachel is roodgloeiend bij thuiskomst.
Dan herneem ik me. Deze gevoelens kan ik niet delen de cursisten uit Eritrea, Afghanistan, Palestina, Syrië, Somalië, Marokko of Tibet. Zelfs cursisten uit Oost-Europa hebben een ander gevoel bij de winter. Zij praten over Siberische nachten. Of over staatsverwarmingen die hooguit twee uur per dag brandden.
Altijd een paar minuten te laat komt Nahir binnen. Er is nog een lange weg te gaan, voordat hij beseft dat tijd in Nederland heilig is.
‘Nahir, je weet..’
‘Willie, Nederland is met koude suiker. Suikerland! Nooit gezien.’ Hij grijnst van oor tot oor.
Ik geef me gewonnen, ook al besef ik me terdege dat met deze uitspraak ‘elementen’ in de politiek aan de haal kunnen gaan.
Maar voor vandaag mag het even, het was waar toch, Nederland Suikerland? Al dat rijp, al die uitsneeuwende mist?
In de les hebben de cursisten aangetekend:
‘Het is koud. Het vriest. Het sneeuwt.’
Meer kan ik niet uitleggen.

Willie,
19 januari 2017

Posted in Taal, werk | Reacties staat uit voor Suikerland

Van alles twee

Het nieuwe jaar is twee dagen oud. Lisa, met wie ik boodschappen doe, is twee jaar oud. Twee hoort ook bij haar taligheid. Er is een langue van haar moeder en er is een taal van haar vader.
Tweetalig? Zíj is er niet verbaasd over. Bergkinderen verbazen zich niet zo snel. Zij hebben geleerd dat het leven komt zoals het komt. Generaties lang overleefden zij de bloedhete zomers of de ijskoude winters. Soms lag er sneeuw tot aan de schoorsteen of klotste in het voorjaar het smeltwater over de bewaarappeltjes in de kelder. Dan weer waren waterpompen bevroren of was er te weinig hout voor de kachel in februari. Honger lag op de loer als een oogst mislukte in een nat najaar of als een hongerige vos het kippenhok leegroofde.
Nee, bergkinderen verbazen zich niet zo snel. Het zijn de genen die honderden jaren hebben gezorgd voor overleven. Bewonderenswaardig.
Maar: oma verbaast zich wel.
Twee jaar. Twee talen.
We zijn in de plaatselijke supermarkt. We kopen olijven, eieren, rijst en oeufs. Bij Michel, de slager, wachten we op onze beurt, want hij en zijn clientèle hebben de tijd. Met bebloed schort en een aantal pleisters op zijn duim, vertelt hij enthousiast aan een klant hoe de koe geslacht is en vooral hoe het vlees in de braadpan het meest tot zijn recht komt. Welke kruiden er bij moeten, natuurlijk heeft hij ook advies voor een exelente wijn. Het water loopt uit zijn mond.
Er zijn nog drie klanten voor me.
Lisa vindt te lang duren, ze wil uit de winkelwagen.
‘Natuurlijk, ma petite, maar wel bij oma in de buurt blijven, hoor!’
Met haar blonde krullen gaat ze op stap. Voetje voor voetje, dicht bij. Eventjes ver weg, dan weer terug.
‘Oma Willie, atrappe moi, je me cache!’
Daar was ik al bang voor. Verstoppertje spelen is favoriet.
‘Nee, Lisa, dat kan hier niet. We zijn in de winkel en ik moet vlees kopen.’
Ik sta al tien minuten naar slachtpartijen te luisteren en wil mijn plaats niet zomaar prijsgeven. Michel blijft adviseren en vooral meegenieten met de aankopen van stukken vlees, die ik in Nederland niet zo snel over de toonbank zie gaan.
‘Madame, avec une bouteille Bourgonge! Bon appetite.’
Als ik aan de beurt ben bestel ik in mijn allerbeste Frans drie onsjes kipfilet. Michel kent mij al enkele jaren, hij neemt me zoals ik ben. Ook dat is Frankrijk.
Met de kip in de kar ben ik ineens ongerust. Lisa? Lisa? Ik snel door een gang met alle denkbare soorten olijven, langs tientallen olijfolies, langs blikken met canard en ander gedierte, langs alle kazen en fruit-yoghurtjes. Langs patés en fruits de mer.
Lisa? Lisa?
‘Oma W-i-l-l-i-e!! Je suis caché.’
Gerustgesteld, dat ik haar nog niet op een bevroren waterval of op een zwarte piste hoef te zoeken, ga ik op haar stemmetje af.
Achter de stelling met boeken heeft mijn bergmeisje zich verstopt. Met een boekje in haar hand en met vragende ogen…
Er rollen twee tranen over mijn wangen: één van vertedering en één van trots.

Willie,
l’Argentiére la Bessee, 2 januari 2017

Posted in Kleinkinderen | Reacties staat uit voor Van alles twee