Geboren! Willie Lek, 19-11-1947

Er was geen warm water uit de kraan, geen douche, geen WC op de slaapverdieping.
Geen televisie, wasmachine, mixer, koffiezetapparaat, telefoon, keukenmachine of stofzuiger.
Geen föhn of drone.
Geen afzuigkap, centrale verwarming, broodrooster, elektrische tandenborstel én geen tandenborstel voor kinderen.
Geen rolkoffer, plastic tas, Pamper, wegwerpschoonmaakdoekje, pizza en avocado. Wij hadden er nog niet van gehoord.
Geen AOW.
Geen geen twintig soorten brood of honderd soorten broodbeleg.
Geen geen babymelk uit blik, geen koelkast.
Geen Flying Tiger, H&M, Bol.com, Kruidvat, Zeeman of Xenos.
Geen Libresse, geen Antikal, geen wasverzachter met een reukje.
Geen computer, geen mobile, geen pinpas.
Geen Ov-kaart en geen popcorn in de bioscoop.
Geen voorleesmoeder, oppasvader, klassenborrel en geen kwieke opa/oma.
Geen kerstdiner op school, maandviering of knutselmiddag.
Geen eindmusical.
Geen spreekbeurt of boekbespreking.
Geen Cito of leerlingenvolgsysteem.
Geen verjaardagspartijtje, babyshower, flessenwarmer of Buggy.
Geen winkel waar je zelf de boodschappen mag pakken.
Geen folders in de brievenbus.
Geen viltstift of glitterlijm.
Geen Safari, geen Skype.
Geen rookvrije treinen.
Geen e-mail, facebook of pret-echo.
Geen vegetarische hamburger, schnitzel of alcoholvrij bier.
Geen Omega3 eitje, volkorenspaghetti, yoghurt met bite, smootie of gordita.
Geen klittenband, Lego en Playmobil.
Geen gat in de ozonlaag, geen milieubeleid.
Geen gender neutrale kinderkleding, geen puber, geen bakfietsmoeder.
Geen bladblazer, Nationale Postcodeloterij of Jeugdjournaal.
Geen Fresh-box, geen haarlak, geen zeeppompje.
Geen vriezer, laat staan een goed gevulde.
Geen scooter, stoplicht of Whiskas.
Geen Fruitshoot, geen huisdierenpsychoog, geen fietshelm.
Geen Cars, Frozen, Spongebob, Hello Kitty of Paw Patrol.
Geen dekbed, DJ of culinaire kalender.
Geen selfie, geen fitgirl, geen filterbubbel.
En geen Geer en Goor.

Willie

Posted in Perspectief | Leave a comment

Kromme tenen

Het gaat een boekje worden: alle blogs voor óf over mijn kleinkinderen. Het eerste verhaal, twaalf jaar geleden geschreven, herlees ik. Ik verander zinnen, streep hyperbolen weg, zoek andere woorden. Na het dertigste blog krommen mijn tenen.

Of mag ik ‘met kromme tenen’ niet meer schrijven, want een veel gebruikt metafoor? Of toch wel, omdat de lezer begrijpt wat ik bedoel. Dan heet het cliché, dat mag dan weer wel.
Loodgrijs? Gemene stiefmoeder? Zoete banaan? Donkere nacht? Dubbele informatie, teveel van het goede.
O jee, dat woordje: ‘wel’. Verbannen! Net als: ook, maar, en, iets, ongeveer, ‘een stuk of’. Niet Doen! Wees Duidelijk! Overigens is een uitroepenteken altijd verkeerd, de kracht moet in de woorden zitten, niet in de leestekens.
Dan, nooit het plot prijs geven, slechts een situatie beschrijven. Het liefst met alle zintuigen: hoe voelt heimwee, hoe ziet het eruit, hoe ruikt heimwee, wat is de smaak en heeft het ook een klank? Kom er maar eens om. Ik lees en leer dat ik ALLE bijvoeglijke duidingen moet verbannen: ‘Hij loopt langzaam’ moet zijn ‘hij slenterde’.
Mag ik dan helemaal niets meer? Nee. Ook ‘worden en zullen’ gaan naar de slachtbank (goedgekeurd?).
De moed zakt me, naast die kromme tenen, in mijn schoenen. Gelukkig lees ik dat ook bekende schrijvers (of moet ik nu duidelijker zijn?) hun eerste werken flink herschreven hebben, Jan Wolkers en W.F. Hermans waren ook niet de minsten.(is dit nu een ‘litotes’?)
Het is me wat, een nieuwe schrijfcursus.

Bang, dat ik door de bomen het bos niet meer kan vinden (toegestaan?), leg ik alle opdrachten en studieboeken opzij en verheug me op een logeerpartij. De oudste logée, zeven jaar, heeft een iPhone, de afgedankte van haar papa, ze kan er nú al meer mee dan ik ooit nog zal leren. Ze navigeert met gemak naar de Goudse bioscoop, om daarna spellend het programma voor te lezen.
‘Oma, er is straks een film over My Little Pony. Gaan we daar naar toe?’
Ik kijk afwachtend naar broertje van zes, maar die heeft ze omgepraat. Zusje van drie krijgt gewoon het speentje mee.
‘Gaan we daarna een ‘hetchsjemol-kollektsjebol’ kopen?’
‘Nee zeggen’ is niet mijn sterkste kant.

Eind goed, goed al goed. Net als in die film van My Little Pony, die ondanks haar angstaanjagende, stekende, schreeuwende en grijnzende vijanden, overwint.
Eenmaal thuis, we verjagen de invallende schemer met kaarsjes, maken wij van dozen, plaksel en verknipte schuursponsen een pretpark voor drie, uit eieren gekropen, ‘hetchsjemols’.
Morgen vertrekken zij, mijn kleine hartendieven. Dan schrijf ik een verhaaltje over hen. Zij zijn het alle drie waard.
Daarna herlees ik weer een aantal oude schrijfsels en denk na over elk woord.
Zij zijn het állemaal waard.

Posted in Kleinkinderen, Perspectief | Reacties uitgeschakeld voor Kromme tenen

Taalhaast

Icoontjes hebben de toekomst: veel zeggen zonder woorden. Tel uit je winst. Een lachebekje, een knipoogje, een betraand gezichtje, een roos, een anjer, een hartje. Eén druk op de knop scheelt respectievelijk tien, negen, zeventien, vier, vijf of zes aanslagen. Wat ik in díe tijd niet allemaal kan doen: in mijn neus peuteren, naar buiten turen, slok van de koffie nemen, de radio uitzetten, een postzegel plakken of een prulletje oprapen. Dingen des levens, zeg maar, waar ik zonder al deze symbolen niet aan toe gekomen was.
Iconen en afkorten is een manier om tijd en te sparen, taalhaast, zeg maar.
Ik zag het ook bij C&A, die taalhaast. Op een grote poster las ik dat wij ons ‘comfy’ gaan voelen in hun wintervesten. Niet comfortabel, maar ‘comfy’. Zes letters, klikken, aanslagen gespaard. Ook zes seconden winst voor de prater, de luisteraar, de lezer. Weer tijd te over om te peuteren, te turen, het hele rijtje.
Er is ook een ander geluid. Niets vlug. Neem de tijd. Wees mindfull. Niet zo snel kleding kopen, niet bij Bol.com of Wehkamp. Via een paar klikken een nieuw jurkje?
‘Niet doen, ga naar een winkel met experience, een die selfiewaardig is’, verneem ik her en der. Dáár moet ik heen. Winkels als een twinkelende kermis, waar ik een selfie kan maken met een gestyld interieur op de achtergrond, die vriend en vijand naar adem doet snakken. Waar personeel nog weet dat Yves Saint Laurent een ontwerper was.
Uiteindelijk zal het míj allemaal worst wezen, ik ga zo mijn eigen gang.

Overigens heb het gebruik van iconen van mijn kleinkind geleerd. ‘Oma, heb jij nog geen icoon op je mobiel? Tsss. Is heel leuk hoor. Hoef je niet zoveel te schrijven, zal ik het even regelen?’
Hetzelfde kleinkind fietst een paar dagen later naast me, van school naar huis.
‘Oma, weet jij precies wat ‘welwillendheid’ en ‘afwijzend’ betekent?’
‘Jawel, heb je daar een icoontje van gezien dan?’ Hoe bij de tijd ben ik.
‘Nee, hoor. Het stond in ons taalboek, en de meester heeft het uitgelegd met een glas halfvol en halfleeg of zo.’
‘Snapte je het?’
‘Ja, maar ik vind het wel lange woorden.’

Willie, 4 oktober 2017

Posted in Kleinkinderen, Taal | Reacties uitgeschakeld voor Taalhaast

Studiedag

Als zélfs de weergoden goed gezind zijn, moet het vandaag een geweldige dag worden, mijmer ik in de trein, terwijl ik koeien en kalveren in de lome ochtendmist zie grazen.
In Utrecht loop ik richting de Dom, makkelijk zat, die torent overal boven uit. Mariaplaats 14, daar moet ik zijn. Ik had het adres thuis gegoogeld, maar in het echt geloof ik mijn ogen niet. Komt het door de stadse stilte in dit vroege uur of gewoon door de kleur van de herfst, dat ik een beetje beduusd ben? Is het in dít het pand waar ik vandaag luister, leer en vragen kan stellen? Wauh.
Natuurlijk, een pand met cachet garandeert niet dat ik ook werkelijk iets opsteek. Dat de koffie van goede kwaliteit is, de spritsen naar roomboter smaken, de stapel vegetarische broodjes zijn weerga niet kent, de kroonluchters sprankelen, de fauteuils uit Engelse bibliotheken zijn gehaald, de boekenkasten tot een immens hoog plafond rijken: dat wil, nogmaals, allemaal niets zeggen over de inhoud van deze dag.
Totdat ik luisterde naar de aanstekelijke zinnen van Roos Schlikker, met een ondertoon die er niet om loog.
Er was een interview met Jaap Robben. Ooit kocht ik een van zijn eerste bundels, ‘Zullen we een bos beginnen’, toen hij in 2008, tussen gordijnen in een Amsterdamse huiskamer, optrad. Een recensent van de Volkskrant schreef destijds: ‘Nieuwkomer Jaap Robben stelt van die prikkelende vragen die kinderlijk concreet en filosofisch tegelijk zijn. (…) Deze jonge dichter belooft wel wat, maar is er nog niet.’ Nu is hij een gevierd schrijver, zijn innemendheid is gebleven.
Ik volgde twee masterclasses. Hieke Jans, scenarioschrijfster, boeide een uur lang. GTST, zomaar een soap? Het woord ‘research’ werd met hoofdletters uitgesproken.
Remco Volkers vertelde in zachte, bedekte termen hoe we ons product kunnen ‘pitchen’.
‘Kun je een pitch bedenken voor het verhaal van Roodkapje?’
‘Hoe een ruikertje bloemen leidde tot een moordzaak’, misschien?
Ten slotte een paneldiscussie: een uitgever, een boekinkoper, de literair agent. Niet zoveel nieuws onder de kroonluchters: ga naar een boekenwinkel, koop weinig van de boekentoptien, schrijf secuur, lees breed, luister naar de uitgever en maak netwerken. Wel leuk om Grote Namen in het echt te zien.
Terug in de trein zag ik weer dezelfde koetjes en kalfjes. Gelukkig maar, want er kon niets meer bij in mijn verzadigde hoofd.

Willie,
STUDIEDAG SCHRIJVERSACADEMIE, SEPTEMBER 2017

Posted in Taal | 1 Comment

Dode fiets

Het regent pijpenstelen. Al drie dagen lang. Drie dagen dat ik toch op stap moet/wil/ga. Met de fiets. Weliswaar een electriek, maar toch, een fiets.
Niet met de trein dan? Als je in Gouda woont en je wilt naar Leiden, via Alphen aan den Rijn, dan weet je wel beter. Het boemeltje rijdt eigenlijk nooit als het regent/waait/ijzelt. Ook niet als het een beetje warm is, zeker niet als de blaadjes vallen of als er een paar sneeuwvlokken dwarrelen.
Dus, de trein is geen optie, ik gebruik de fiets. In regen, in stortbuien, in windvlagen, gepaard met striemende wind uit alle hoeken.
Ik ben er goed op gekleed. Mijn regenpak houdt mij uren droog, niets aan de hand als ik na anderhalf uur mijn fiets in ons schuurtje zet. Tot zover.
De volgende ochtend haal ik opgewekt mijn Batavus weer van stal. Het belooft een mooie rit te worden. Ruim een uur door polders en langs weilanden in de vroege ochtend mist. Ik heb er zin in. Accu erop, fiets van slot, ‘computertje’ aan, en karren maar. Eerst flitsend door de stad, dan richting Leiden.
Soms doet het mechaniek het niet meteen, dan is het een kwestie van even aan en uit zetten. Maar vandaag is het anders. Ik krijg een foutmelding. Het nummer 100 zegt me niets, ik heb van de gebruiksaanwijzing geen studie gemaakt. Nog maar een keer aan-uit. Halsstarrig blijft de 100 te voorschijn komen. Optimist als ik ben fiets ik verder. Zal wel goed komen. Halverwege Boskoop zeggen mijn benen dat het niet goed is gekomen en ik weet dat ik nog 15 kilometer echt moet trappen om mijn doel van vandaag te bereiken. Lukt wel, leuk is anders. Dat wordt een bezoek aan de fietsenmaker.
‘Goedemorgen, mijn fiets is dood.’
‘We zullen eens kijken.’ In de middag een telefoontje van de beste man:
‘Mevrouw, waar bent u nu? Kunt u even gaan zitten?’
‘Ehh, ja?’
‘Het is de accu. Heeft u een hogedruk spuit, een fietsendrager?’
‘Ehh, nee. Maar ik fiets wel door weer en wind.’
‘Hij is verdronken. We moeten een nieuwe bestellen. Kost €700, vandaar dat ik u vroeg om even te gaan zitten.’
‘Zó.’
‘Ik ga proberen een coulance regeling voor u te krijgen, want het is nét na de garantie, toch?’
‘Ja.’ Meer kan ik niet uitbrengen.
De hoosbuien van de laatste dagen zijn de boosdoeners, de fietsenmaker kan er ook niets aan doen. Ik krijg een nieuwe accu, mét korting en op de rekening wordt het arbeidsloon weggegumd. Klassezaak, Louwerenburg in Gouda.
Als ik mijn rijwiel ophaal heb ik nog even een praatje nodig. Zeg maar een soort geestelijke ondersteuning.
‘Stiekem vind ik het een beetje raar, mijnheer, ík blijf droog en mijn fiets geeft zijn pijp aan Maarten.’
‘Domme pech, mevrouw. Het is altijd mechaniek.’
‘Eigenlijk zou de accu ook een regenjasje aan moeten.’ De reparateur verblikt of verbloost niet.
‘Kunt u zo meenemen hoor, voor €40 heeft u een waterdichte beschermhoes. Eentje erbij doen?’
Ik stem toe, want Gerrit Hiemstra zegt dat er nog meer buien komen.

Willie, 9 september 2017

Posted in Reizen | Reacties uitgeschakeld voor Dode fiets

‘Olle wief’

Niemand thuis. Het is flink na achten, alle winkels hebben de deuren gesloten. Zelfs onze AH in de binnenstad. De fiets van mijn gade staat in de stalling, de auto voor de deur. Ik roep naar boven: ‘Hoi, ik ben thui-uis!’ Geen antwoord.
Terwijl ik in de keuken water kook voor een kop thee zie ik dat de boodschappentas niet aan het vertrouwde haakje hangt. Het lijstje met toekomstige aankopen is verdwenen van het whiteboard. Er hangen alleen nog een paar verlopen servieszegels en een aantal bonnetjes om eventueel aankopen te ruilen. Kunnen langzamerhand in de prullenbak.
Met de thee verschans ik me achter de laptop. Het einde van augustus nadert, de schemer zet vroeg in. Zwaluwen scheren onheilspellend langs mijn raam, op zoek naar de laatste insecten.
‘Hé, waar blijft ie nou?’ Ik open de mailbox, geen zaken die stante pede om een antwoord vragen. Gelukkig. Nauwlettend hou ik, linksboven op het scherm, de tijd in de gaten. Het tikt maar door: 20.44, 20.45, 20.46. Fantasie doet de rest.
20.47: Mijn mobiel gaat af. Ik pets op de toets, verbinding verbroken. ‘Beller onbekend’. Stapeltje onrust groeit.
Als ik een kwartier later een zoen in mijn nek voel en een gezicht zie, met een glunder van oor tot oor, slik ik snel een paar woorden in. Want hij was op o-n-d-e-r-z-o-e-k gegaan. Op missie, zeg maar. Op speurtocht naar een goede ‘oude wijvenkoek’. Jawel. Niet naar zo’n klefferige, die de laatste tijd in de schappen ligt bij onze buurtsuper. Gewoon, een echte met pit, met houvast. Met stroop, roggemeel en anijs (de laatste verjaagt boze geesten). Een koek, die ons het gevoel geeft dat we nog tanden hebben, ondanks het stijgen van onze leeftijd. (Oude wijven hebben heus tanden, beste makers bij Peijnenburg).
Trots stalt de gade zijn schatten uit. In alle uithoeken van de stad zijn winkels bezocht en koeken gekocht. Deze weken gaan we, ‘s morgens bij de eerste kop koffie, testen. Koek voor koek, hap voor hap.
Dit ‘olle wief’ is voor niets ongerust geweest. Zíj gaat voor de koek met de meeste anijs.

Willie, 24 augustus 2017

Posted in Perspectief | Reacties uitgeschakeld voor ‘Olle wief’

Mesjogge

In Brugge:
‘Heeft de buurvrouw het al gedaan?’
‘Nee, want het is vandaag maandag.’
‘Oh, dan ben ik een dag in de war.’
‘We moeten op dinsdag goed koekeloeren.’
‘Let jij dan op die stille buurman van hiernaast?’
‘Zeker. Vorige week deed hij het ook al niet. Ik maak me ongerust.’
‘Moeten we het melden?’
‘Ach, laat hem maar even met rust. Misschien spaart hij alles op.’
‘Kan. Toch ga ik de zakken controleren. Geen klus waar ik op zit te wachten, maar als het om eenzaamheid gaat…’
‘Hoe weet je nu van wie wát is?’
‘Makkelijk zat. Ik zie soms bij de super wat onze buren kopen. Zij van hierboven koopt soep in blik en gevulde koeken van het huismerk. De verpakking gaat in de vuilniszak en Bingo!, getraceerd. Niet eenzaam dus, want ze komt nog buiten.’
‘En hij?’
‘Moeilijker. Af en toe heb ik hem bij het scheiden van de markt gesignaleerd. Hij zocht tussen de resten afgedankte groenten en vis.’
‘Dat is makkelijker, zo’n vuilniszak hoef je alleen open te doen. Snuif, snuif: deze buurman vereenzaamt nog niet.’
‘Maar de bloemetjesjurk van drie deuren verder, heb jij vorige week haar vuilniszak gezien?’
‘Ik zou niet meer weten. Zullen we het melden?’
‘Doen. Onze burgemeester vraagt dat toch?’

In Gouda:
In onze buurt hebben wij een gezamenlijke vuilcontainer, met een chipkaart gaat hij open. Anoniem? Of is er op ons stadskantoor een dame die turft hoeveel keer ik, mijn lief of mijn buurman de container gebruikt?
En als ik, toevallig, heel bewust om ga met kranten, plastic, groen en wat al niet, met gevolg dat ik de container sporadisch open, komt dan het Leger des Heils aanbellen?
‘Dag mevrouw, wij hebben doorgekregen dat u weinig afval produceert, bent u eenzaam? Kunnen wij voor u bidden?’
‘Dacht het niet. Ik ben gewoon zuinig en milieu bewust. Goedemiddag.’

De burgemeester van Brugge, zo las ik afgelopen maandag in de Volkskrant, sommeert de burgers van zijn stad te kijken of hun buren vuilniszakken buiten zetten. Zo niet, zou vereenzaming op de loer liggen.
Wat een mesjogge gedachte.

Willie, 9 augustus 2017

Posted in Perspectief | Reacties uitgeschakeld voor Mesjogge

Beenderen en botjes

De ‘erven Lek’ kregen deze zomer een brief. Een brief van het parochieteam St.Jans Geboorte uit De Kwakel, het dorp waar mijn broers, zussen en ik het daglicht zagen. Wat was er aan de hand? Wat lazen wij? Het familiegraf van mijn ouders zou geruimd moeten worden. Ehh? Zeker, want de rechten zijn verlopen. Nooit geweten dat rechten van een familiegraf kunnen verlopen. Niets blijkt voor eeuwig. Ook de rustplaats van onze ouders niet.
Zij hebben een mooi graf met een marmeren steen, een klein tuintje en witte kiezels. Op de steen staan hun namen gebeiteld en de tekst: ‘Nu gaat de hemeltuin open’. Zo kunnen Hein en Mien Lek-Koeleman hier boven blijven schoffelen.
Ik ben geen grafbezoeker, toch vond ik het een rustig idee dat zij ‘slapen’ onder het wakend oog van een van mijn broers, die het marmer af en toe sopt en, -al gelang naar het seizoen- er viooltjes of chrysanten poot of een kerststukje brengt.
Ook heb ik er nooit over nagedacht, dat de beenderen en botjes van papa en mama na een aantal jaren ‘geruimd’ moesten worden. Want zo heet dat: ‘geruimd’. Is overigens iets anders dan ‘opgeruimd’. Dat klinkt onaardiger: opruimen neigt naar ongemak.
Goed. Terug naar de brief. Als wij als ‘erven Lek’ niet voor 1 september reageren dan gaan de overblijfselen, zo heet dat in het jargon, van onze ouders, samen met andere overleden dorpsgenoten, in een mooie diepe kuil. Wel met hun naam, een aandenken en met een gemeenschappelijk tuintje.
Het was de brief van de parochie die ons wakker schudde. Er stond iets in over verlopen rechten én over een rechtelijk besluit dat familiegraven wel verlengd mogen worden. Weliswaar tegen het nu geldende tarief. ‘Grond is money’, zeker onder de rook van Amsterdam.
Zeven gezinnen in beraad. Onze oudste zus en haar man kunnen we niet meer om raad vragen. Onze oudste broer wist dat zijn vrouw toegewijd is. Drie broers, een schoonzus en drie zussen overlegden thuis en namen besluiten. Voor een ruime 2500 euro zouden onze ouders nog tien jaar zacht rusten onder eerder genoemde kiezelsteentjes.
De meningen waren verdeeld. Dus werd het ‘polderen’, gelukkig hadden wij dát al van onze ouders geleerd voordat het woord was uitgevonden. De was voor, de ander tegen. We luisterden en beargumenteerden. We voelden verdriet en trots.
Voor mij heeft een fysiek graf geen reden om mijn ouders meer of minder te missen. Ik kom er nauwelijks, ik denk wel vaak aan hun:
‘Weet je, er was een riek. Een schop. Tuinbouwgrond moest ontgonnen worden. De dagen waren langer dan de nachten. Ieder dubbeltje werd niet één, maar wel tien keer omgedraaid. De mouwen opgestroopt en uit zuinigheid in de avonduren gekeerd, kapotte sokken gestopt. Maar ook werd elk initiatief van ons, kinderen, gehonoreerd en vertrouwen in de toekomst was de dagelijkse mantra aan tafel.’
Wij, ondertussen oud én grijs én wijs, polderden op een zomeravond nog wat na, de meerderheid besloot dat het graf blijft zoals het is.

Schoffel maar lekker door in jullie hemeltuin, papa en mama. Wij laten jullie beenderen en botjes voorlopig met rust.

Willie. 4 augustus 2017

Posted in Familie | Reacties uitgeschakeld voor Beenderen en botjes

Rode laarsjes

Schermafbeelding 2017-07-20 om 21.39.09

De herberg is vol,
wij kamperen op het balkon.
De Tour komt langs,
nergens plaats meer.

De avond is helder.
sterren spelen met de maan.

In de ochtend een regenplas, rode laarsjes:
een modderpoel vol geluk.

De herberg was vol.
wij kampeerden op het balkon.
Rode modderlaarsjes voor de tent,
ik ga ze missen.

Oma Willie
L’Argentière la Bessée, 20 juli 2017

Posted in Kleinkinderen | Reacties uitgeschakeld voor Rode laarsjes

Pffff…

Hij speelt bij het aanrecht, heeft water, drie trechters. De zeeleeuw doet mee.
Ineens: “Oma, waarom is water glad?”
We doen er een scheut zeep bij, er komen rietjes aan te pas. We blazen in het sop. Zo ontstaan er dikke zeepbellen.
Ik zie een lichte frons en daarna: “Waarom kun je door zeepbellen kijken?”
De zon schijnt, na het waterballet gaan we de tuin in. We vangen slakken.
Minutieus worden ze bestudeerd, we plukken bloemblaadjes en zien hoe de slakken vooruit sukkelen.
“Oma, eten slakken ook middageten? Hoe doen ze dat dan?”
Om de dag af te sluiten lopen we naar de oude haven met zijn sluis. Een favoriete plek van mij, zeker ook van mijn kleinzoon.
“Kijk, daar is vloed, hier is het water laag.”
“Waarom dan?”
De sluisdeuren gaan open, hij vergeet bijna adem te halen. Het water kolkt de sluis in.
“Is dat water van de oceaan of van de zee?”
Aan de oever van de Hollandse IJssel staat de oude kaarsenfabriek. Mijn logé wijst ernaar en vraagt zich af: “Fabrieken maken dingen, wie maakt eigenlijk de fabrieken?”
Op de terugweg gaan we via de Legowinkel. “Nee, we gaan alleen spelen, niets kopen”.
Een kleine teleurstelling: “Oma, waarom is niet alles gratis?”
Tegen zeven valt hij om van de slaapt, het is bedtijd. De hersentjes hebben rust nodig. Dat dacht ik, maar tijdens het poetsen van de kleine witte melktandjes gaat hij onverdroten door:
“Oma, als het avond is, waar blijft dan de dag?”
“Waarom kijken heksen boos?”
“Hoe weet een vogel de weg?”
“Ben jij bang voor een vulkaan?”
“Waarom is een spinner leuk?”
“Als ik iets heel vaak doe, lukt het altijd. Bij jou ook?”
“Is van Zwolle naar Parijs eigenlijk ver?”
“Waar ben ik eigenlijk als ik slaap?”

Pfff. Deze oma heeft én had niet op elke vraag een antwoord. Maar misschien hoeft dat ook niet.

Oma Willie, 6 juli 2017

Posted in Kleinkinderen | Reacties uitgeschakeld voor Pffff…