High-event

Het is vrijdag na Hemelvaart, voor kleinkinderen een vrije dag. In “huize Gouda” zijn vier jonge logees gearriveerd, ik heb een dagje “De Kwakel” beloofd.
Zij zijn tussen elf en vijf jaar oud, zij weten niet waar hun oma is geboren. Tijd voor actie.
We nemen de trein en zitten daarna langdurig in de bus, dorp na dorp, weide na weide, totdat de eindbestemming in zicht is: De Kwakel.
Daar stond mijn wiegje. Daar wonen mijn broers: de oudooms van het viertal.

Op het enorme erf, (ja ja, hier heeft oma gespeeld), kijken zij hun ogen uit. Om de grootte, om de moestuin, om de spullen, om de vogels, de kippen, de hondjes.
“Oma, waarom ben je híer niet gebleven?” Tja.

We lopen door kassen met cactussen en stralende witte hortensia’s. Dan gaan we naar het “Enge Bos”, een natuurterrein beheerd door mijn broer en mijn nicht.
Dát was vandaag de grote belofte: spelen, modderen en vuurtje stoken in dat bos.
Met een beetje georganiseer kwamen ook de ouders van het viertal, hun oom en tante met de nichtjes, de verre oom uit Groningen met zijn zoon én opa uit Gouda.
Het feest kon niet op.

Hoewel Jeannette, de Grande Dame van het “Enge Bos”, zich vooral toelegt op het fenomeen high-tea, zo tussen drie en zes uur in de namiddag, verlegt zij haar hand er niet voor om een high-event te maken.

Wij kwamen te vroeg (moe van de busreis) of te laat ( toch nog druk, druk, druk) en iedereen wilde naast zoet ook wel een worstje.
Probleem? Nee hoor, Jeannette staat haar vrouwtje, onverdroten kookt, bakt, zet, braadt en praat zij. Geeft kinderen de ruimte en verwent de ouders.

Deze oma, met een schare kinderen, kleinkinderen en haar man genoten van een schitterende zomermiddag en -avond.
De zon kleurde rood, de kikkers kwaakten, een libelle streek neer op een koekoeksbloem: zestien mensenkinderen keerden voldaan huiswaarts.

Het was een high-event.

Willie, 1 juni 2019

Posted in Familie, Kleinkinderen, Reizen | Reacties uitgeschakeld voor High-event

SKI

Nee, het gaat dit keer niet over dat ondernemende jong van mij, die hoog en droog in de Alpen woont, liever ski’s onderbindt dan een CEO is. Dat terzijde.

De Volkskrant van donderdag 16 mei bracht een amusant artikel over dames en heren op leeftijd die doen aan SKI. Met hun stramme botten, dunne velletjes en geaderde handen varen zij, met zijn honderden, in en in tevreden, op hun nieuwste ontdekking: de rivieren in Europa. De Donau, de Seine, de Douro, de Moezel of de Rijn, hun loop zal nooit meer hetzelfde zijn.
Voor zo’n riviercruise tellen bemiddelde Amerikanen een godsvermogen neer in mijn ogen. Omgerekend zo’n slordige 400 euro per dag, maar dan heb je ook wat.

Ontbijt, koffietijd, lunch, theetijd, borreluurtje, verassingtijd, dansen met de kapitein, diner, en nazit. En voorkomend Oost-Europees(!) personeel. Alles all-inclusive. Maar de wijnen komen voor eigen rekening.
Natuurlijk.

Iedereen gelukkig. De patsers met hun dollars komen kilo’s aan, de kamermeisjes en obers verdienen een zakcentje en de kapitein is ook van de straat. Trouwens, hij kan niet alleen goed navigeren, hij blijkt ook een vrolijke muzikant te zijn. Het speelt fluit, klarinet en blokfluit. ‘Tears in heaven’, menig traantje wordt weggepinkt.

In de nacht vaart het cruiseschip verder, het programma behelst tien steden. Aanleggen, hup eruit, attractie bezoeken, hup erin en naar de lounge, vast met de stiekeme hoop dat de muzikale kapitein weer van zich doet horen.

Oja. SKI? Het is om te huilen. “Spending the Kids Inheritance.”
Ik word hier mies van.

Willie, 27 mei 2019

Posted in Kinderen, Kleinkinderen, Perspectief, Reizen | Reacties uitgeschakeld voor SKI

Fatsoen

2019:
In een kleine woning, zonder gordijnen, zonder koelkast, zonder wasmachine, zonder broodbeleg, zonder warme dekbedden, zonder verzekering, zonder tv, zonder iPhone, zonder douche, zonder avondeten, want allemaal te duur, vraagt een vader aan zijn kind het zó zuinig, laatst bewaarde stoepkrijtje.
“Waarom, pa?”
“Ik moet naar Den Haag, en verder je mond houen.”
“Ja, maar.”
“Mond houen, zei ik.”

Met zijn ruim 100 kilo hijst Pa zich in een uniform. Geel wat de klok slaat. Voor de trein is geen geld, dus wordt de lange rit te voet afgelegd. Uitgeput zijgt hij op het Binnenhof ineen. Hij kan nog net, op de stoep voor het Torentje, een betekenisvolle piramide tekenen (de wereld wordt bestuurd door bezetenen van de Duivel). Gelukkig had deze gelehesjediktrom nog wat Haribo schuimbanaantjes om te peuzelen.
Je moet toch wat, als je geen geld hebt om een bruin broodje te kopen, nietwaar?

1959:
In een kleine woning, schaars verlicht, zonder wasmachine, tv, zonder ruime keuze aan broodbeleg (schuifkaas of suiker), zonder koelkast, zonder donzen dekbedden, zonder telefoon, zonder dekkende verzekeringen, want allemaal te duur, vraagt een vader aan zijn kind het zó zuinig, laatst bewaarde potlood.
“Waarom, vader?”
“Ik ga rekenen naar welke school je kunt, moppie.”
“Ohh, heb je zoveel geld dan?”
“Dat niet, maar het is jouw toekomst.”

2019:
Ik wandel met mijn zussen. Vaak gaan de verhalen terug in de tijd. We hebben ook veel vragen. Waren we arm? Draaide moeder echt elk dubbeltje om? Of waren er niet eens dubbeltjes? En wat als de oogst mislukte? Ging dan alles op de lat? Hoeveel maal keerde moeder de boorden van vaders overhemd? Welke afdragertjes werden opnieuw gesteven voor een feest? Ging het sop van de witte was naar de werkoverhemden of naar het ondergoed? Gingen we maar één keer in de week in ‘bad’?
Wecken, wentelteefjes, wanten van sajet, ons gezin kwam niets te kort, of we wisten niet beter. Daarnaast kregen wij van onze ouders ‘iets’ belangrijks mee, namelijk: fatsoen.
Tja.

Willie, 12 mei 2019

Posted in Familie, Perspectief | Reacties uitgeschakeld voor Fatsoen

Verbazing

Zij zijn met sneeuw bedekt. De naaldbomen, op tweeduizend meter hoogte, zien er koud uit, nog geen vlokje is gesmolten.
Ik ben onder de indruk. Door die hoogte, door de massaliteit, door, zover als mijn ogen kijken kunnen, de wondere wereld van de Alpen.

Het slingerpad langs la Durance is vandaag mijn doel. Water botst tegen keien. Zwaluwen scheren in zwermen laag over, de eerste insecten zijn uitgevlogen. Durfals onder de hagedissen schieten schis weg.
Hier wandel ik vaak met Man of met mijn kinderen, vanochtend ben ik alleen op pad.

Hoeveel jaren geniet ik al van deze omgeving? Minimaal twaalf, omdat Zoon hier zijn geluk vond. Alhoewel. In lang vervlogen tijden reisde ik al graag naar ‘Les Ecrins’. Toen om huttentochten te maken. Dat is, zeg maar zo’n kwart eeuw geleden. De trein stopte in l’Argentière la Bessée, alwaar mijn wandelavonturen begonnen.

Hetzelfde station is nu, jaren later, regelmatig het einddoel van mijn treinreis, daar wacht het gezin van Zoon mij op. Het verbaast me nog steeds, dit toeval.

Terwijl ik in mijn ukkie door het dal loop, de majestueuze bergspitsen reiken links en rechts naar de helblauwe hemel, realiseer ik me hoe groot mijn geluk is.

Hoe levens en wegen lopen…

Willie
10 april 2019
l’Argentière la Bessée

Posted in Familie, Kinderen, Reizen | Reacties uitgeschakeld voor Verbazing

Maximaal

Maximaal in knuffelen en kneuteren
Maximaal in wriemelen

Maximaal in glimlachen
Maximaal in generositeit

Maximaal in ‘faire du kakka’
Maximaal in peuzelen

Maximaal in kracht
Maximaal in kilo’s

Maximaal in waggelen
Maximaal in ‘tijgeren’

Maximaal in dopjes en blokjes
Maximaal in ‘broemm, broemm’

Maximaal in observeren
Maximaal in herhalen

Maximaal in sonore geluiden
Maximaal in kreetjes en mummeltjes

Maximaal in ‘feest in bad’
Maximaal in grenzen zoeken

Maximaal in horen
Maximaal in begrijpen

Maximaal in klauteren
Maximaal in klimmen

Maximaal in ontroeren
Maximaal in genieten.

En boos is boos.

Daarom gaven zijn ouders hem, vijftien maanden geleden, de enige juiste naam: Max.

Oma Willie

l’Argentiere la Bessée
5 april 2019

Posted in Kleinkinderen | Reacties uitgeschakeld voor Maximaal

Haast u naar ‘Het Enge Bos’

Wij parkeren de auto op het erf van mijn broers.
Het doel van onze reis is Het Enge Bos, een prachtig natuurreservaatje in de drukke randstad. Min of meer een klein geheim tussen flats, A-zoveels, fabrieken, kantoorgebouwen en oprukkende Vinex wijken.

Het Enge Bos. Het ligt achter het “tuinpad van mijn vaderen”. Je loopt eerst langs kwekerijen, soms door kassen. Dan plots is daar het ultieme bewijs dat één persoon een stukje van de wereld kan verbeteren: passie voor natuur, passie voor onze voetafdruk, passie voor de wereld die wij achterlaten voor onze kinderen en kleinkinderen.

Hij is goddank niet de enige strijder meer. Hij heeft een nichtje, mijn broer. Gelukkig is zij ook míjn nichtje. Zij beheert met al haar talenten een groot deel van Het Enge Bos. Zij weet van wanten en van alles. Zij snoeit, maait, spit, plukt, droogt, ordent, zoekt, vergaart, oogst, zaait, poot, herstelt, leidt, timmert en observeert.

Jeannette, zo heet zij. Naast haar zorg om het natuurbeheer is zij ook een onverschrokken gastvrouw in haar piepkleine vijfsterren tent in dat Enge Bos.

Knus bij elkaar, houtkachel aan, schapenvachten op de zitting en met een fleece op de knieën, waren wij bijeen. Zij toverde, op een kampvuurtje, voor haar ouders, ooms en tantes, een smakelijke maaltijd.

Zwanen, uilen, wurmen en sneeuwklokjes: haast u naar Het Enge Bos. Daar is ruimte en aandacht.

“Tante” Willie
15 maart 2019

Posted in Familie, Perspectief | Reacties uitgeschakeld voor Haast u naar ‘Het Enge Bos’

Lunchlopers

’s Morgens vroeg passeer ik, op mijn fiets, donkere voorovergebogen gestalten met capuchon. De ruggen krom, de neus bijna op het stuur. Zij vallen na een nachtdienst om van vermoeidheid. Ik moet goed opletten, want de meesten hebben geen verlichting.

Een kwartietje later verandert het beeld: brede werkmannen, in oranje pakken, op weg naar hun hijskraan of grondverzet. Zij peddelen slaperig over de polderweg.

Ondertussen komt de zon aarzelend ter kimme. Gelijktijdig verschijnen de scholieren, die van dorp naar stad gaan, het is niet anders. Grote groepen: in rotten van tien bezetten zij het fietspad. Met een beetje maneuvreren kan ik ze inhalen. Soms moet ik de goede toon aanslaan, meestal lukt dat. “Jongens, een race-oma!”

Inmiddels hebben opgewonden jonge moeders de kindertjes naar school gebracht en doen ook een ommetje. Het zijn buurvrouwen of vriendinnen: “Zullen we even een rondje doen? Drinken we daarna een Latte bij dat leuke tentje.”

Af en toe fiets ik later, tegen negenen. Ouderen wandelen rustig en welgedaan met hondjes. Eerst krantje, koffie, beschuitje, daarna de viervoeter uitlaten. Hun tijd heeft geen haast.

Maar dan. Tussen de middag. De lunch. Er is bedacht dat beambten op kantoor beter af zijn om lopend te lunchen, zeg maar ‘zich te laten uitwaaien’. Daar wordt massaal gehoor aan gegeven. Deze lunchlopers zijn van ver te herkennen.
Zij maken hun loopje meestal met drie, soms met zes collega’s. Dan lijkt het net een schoolklasje.
Keurig, twee keer drie op een rij, nemen zij de openbare ruimte in, fier en genietend van bosch en beemd. In hun handen een geel of rood trommeltje met een bammetje. Bruin met kaas, vermoed ik. Misschien ook een appeltje meegekregen? De schoenen zijn degelijk met veters, de grijzige windjacks met ritsen bestand tegen klimatologische invloeden. Petten/mutsen, laat staan hoeden heb ik niet gespot. Aan de broekriem bengelt een hoesje met hun persoonlijke badge, waarmee deze ondergeschikten over twintig minuten moeten inchecken.
Fris en fruitig wacht de middag. Zijn zij zich bewust, dat ik acrobatische toeren moet uithalen om veilig thuis te komen?

Geef mij de ochtendfietsers, de scholieren, de moeders en de ouderen, want de lunchlopers zetten hun kantoorgareel voort, onder het motto: “Wij wijken niet.”
J.J.Voskuil zou nog een deel aan zijn meesterwerk kunnen toevoegen.

Willie, 14 maart 2019

Posted in Perspectief, Verhalen | Reacties uitgeschakeld voor Lunchlopers

Cock en Kondo

Mijn broer Cock en Marie Kondo zijn elkaars tegenpolen. Wat heet.
Waar de een alles, maar dan ook A.L.L.E.S. bewaart, want ‘je-weet-nooit’, gaat de ander met een design bezem door porseleinkasten.

Bij Cock klop je nooit tevergeefs aan.
Heb je:
klompen/doorlopers/mussenschedels/klinknagels/geitenwollen sokken/kerkkelken of lonten voor je net aangeschafte petroleumstel (omdat je zen wil gaan koken) nodig? Mijn broer glimlacht wat, trekt zijn oude houtje-touwtje jas aan, slaat een, nog door moeder gebreide, patentsjaal om zijn nek en duikt in zijn voorraad.

Laden bezwijken, planken buigen door, kasten puilen uit. Kondo zou met loeiende sirenes naar de beademing moeten, Cock komt glunderend te voorschijn met het gevraagde object.

Afgelopen vrijdag vierde hij zijn zevenenzeventigste verjaardag. Na de taart was daar de vraag: “Willie, weet jij wat: ‘Hobobogiën’ is?” Nou nee.

Natuurlijk hij had ‘toevallig’ iets gevonden en bewaard. Een tekening van een grafzerk, omgeven door echt mensenhaar. Haar van een dode, wel te verstaan. Het is begin vorige eeuw een poosje mode geweest om haren van dierbare doden af te knippen. Daarna te plakken en te knippen en het ‘haarkunstwerk’ vervolgens in de woonkamer op te hangen.
Op de achterkant van dit gevonden kunstwerk staat dus ‘Hobobogiën’.

Nu, twee dagen later, blijft het woord een raadsel. Ik weet nu wat een hobofobie is, want wat ik ook zoek, ik kom altijd op de lijst van fobieën. Overigens ging daar een wereld voor mij open. Ruw geteld bestaan er meer dan 350 geregistreerde fobieën.
Bijvoorbeeld: een fobie voor mannen/vissen/ideeën/glas/vuurwapens/lange woorden/donker/Bosjewieken/knoflook/oneindigheid/klokken/taal/hel/knieën/kinnen/pubers/goed nieuws/elektriciteit/thuis/geel/bezit/maagden/hoogte/autorijden/vogels en zo verder en nog verder.*)
Bij sommige fobieën kan ik me iets voorstellen, gelukkig bij de meeste helemaal niets.

En Marie Kondo? Zij lijdt aan Ataxfobie. Van Plutofobie heeft zij geen last, geloof ik.
Broer Cock heeft zijn eigen ‘Jeweetnooitwaarhetgoedvoorisfobie’. Wát zijn wij daar als grote familie blij mee.
Wat ‘Hobobogiën’ behelst? Wist ik het maar. Ik zoek verder. Is nieuwsgierig zijn ook een fobie?

Willie,
10 februari 2018
*) www.angstlijst.nl

Posted in Familie, Perspectief, Taal | Reacties uitgeschakeld voor Cock en Kondo

De taal van Ot en Sien

“Oma, wat jij wat een toom is?”
“Zeker. Een groep kippen.”
Grote ogen aan de andere kant van de tafel.
“Dat kan niet, wij lazen vandaag over vroeger, Ot moest van zijn moeder een toom kurkbreien.”
“Wat zeg je me nu? Oh, een toom is ook een soort tuigje voor een paard. Maar wat kurkbreien is? Heb jij die oude leesboekjes nog?”
“Alsjeblieft.”
Na enig geblader verschijnt een tekening van een kordate, stevige moeder. Zij heeft een flink schort om de grote boezem, een kapsel met grenzen en robuuste benen in degelijk schoeisel. IJverig is moeder in de weer met spelden en een kurk: huppakee, gat in de kurk, spelden erop, sajet om de spelden en kurkbreien maar. Na lang punniken is een toom klaar voor het speelgoedpaardje.

Gretig lees ik verder, kindertaal omstreeks 1950:
Een oud vrouwtje vliegt, via haar stoof, in de brand. Een guit krijgt een standje. Wie lei een ei? Grootemoei heeft geen rijwiel. Zeepsop kan niet in een meelzak. Ot roept: ”Sliep uit!”
De zon is lustig. Een brutale rakker steelt ulevellen. Kinderen staan kaarsrecht en doodstil naast schoolbanken. Vader wordt voor het lapje gehouden. In een ommezientje drinken zij speldenwater. Oom heeft braaf schik in het verhaal. Meester lacht om olijke Piet. Nel wordt gekiekt.

Nauwelijks twee generaties verder en taal is onherkenbaar.
Verlies? Ik koester geen illusie dat het vroeger beter was dan vandaag de dag.
Taal verrijkt, altijd. Hoe dan ook.
Zélfs als mijn kleindochter vraagt wie mij B.F.F. (bee-ef-ef) is, en of ik al B.A.E. (bee-aa-ee) bij de Hema heb gekocht.
Alhoewel. Zou “Een zwerm witte meeuwen scheert rakelings langs de bruisende branding.” niet meer kunnen in groep 5? *)

Willie,
7 februari 2019

*) Uit: ‘Piet en Nel hebben vacantie’ Leonard Roggeveen, derde leerjaar. 

Posted in Kleinkinderen, Taal | Reacties uitgeschakeld voor De taal van Ot en Sien

Code twee incluis

Mijn moeder leerde mij een versje:

Daar was eens een mannetje, dat was niet wijs,
dat bouwde zijn huisje al op ’t ijs.
’t Begon te dooien, maar niet te vriezen,
toen moest dat mannetje zijn huisje verliezen.

Daar was eens een mannetje, dat was niet wijs,
dat bouwde zijn huisje al op ’t ijs.
Het sprak: “o Heer, laat het altijd vriezen,
anders moet ik mijn huisje verliezen!”
Het huisje verzonk, en ’t mannetje verdronk.

2019:
Daar is eens een landje, dat is zo bang,
het verwacht grote vlokken, uren lang.
’t Begint te sneeuwen, maar niet als voorspeld.
Heeft het landje vandaag zijn knopen geteld?

Toekomst:
Daar is eens een landje, dat is nu wijs,
het ‘bouwt zijn huisjes niet meer op ‘t ijs‘.
Het sprak: ”o Heer, op realiteit gaan wij bezinnen
anders blijft ieder bij de eerste vlok binnen”.

Het landje komt thuis, met code ‘geel’ incluis.

Wiilie,
22-01-2019

Posted in Perspectief | Reacties uitgeschakeld voor Code twee incluis