Herken je ook de lichtjes in de ogen en koortsige blossen op de konen van de winterliefhebbers? Het lijkt misschien op een gewone huis- tuin- en keukenkoorts, maar het is anders; het is schaatskoorts. Deze aandoening is niet gevaarlijk, laat staan levensbedreigend, het ontregelt wel.
Een overvolle agenda blijkt ineens een lange lunchpauze te herbergen, zodat er een paar baantjes getrokken kunnen worden. Afspraken afgezegd, verplichtingen komen op een laag pitje. Een verjaardag kan wachten en de boodschappen hebben geen haast. Ik ken dat gevoel, wanneer het S-woord daar is. Het is me met de paplepel ingegoten.
Rond mijn vierde hoorde ik mijn moeder op een ijzige ochtend zeggen: ‘Kom Hein, de ijzers moeten uit het vet’.
‘IJzers uit het vet?’ Wij hadden in onze kelder van alles en nog wat, in óf onder het vet, voor onzekere dagen. Maar ijzers in het vet?
Ondertussen werden de ijzers, in veel opvolgende maten, uit het vet gehaald. Tot mijn kinderlijke verbazing niet uit een weckpot, maar gewoon uit een kartonnen doos. De ijzers, pseudoniem voor de schaatsen dus, waren verpakt in oude kranten als bescherming tegen krassen en bramen. In de lente aandachtig ingevet met dikke lagen zuurvrije vaseline. Met mijn peuterneus er boven op, zag ik dat vader het vet er nu voorzichtig afschraapte. Deze smurrie smeerde hij op de leren riempjes van onze doorlopers. Een milieu-activist avant la lettre. Met een beetje geluk kwamen er wel nieuwe oranje vastbindlinten aan te pas.
Naast deze zichtbare handelingen van tevoorschijn halen, ontvetten, vetten, passen en linten strikken deed nog een ander fenomeen in ons gezin zijn intree. Het fenomeen van ‘even niets moeten’.
Mijn moeder, een kordate en doortastende vrouw, hield niet van uitstel, getuttel en geneuzel. Noch van ietsepietsie tegenspraak, noch van lichte vormen van ongehoorzaamheid. Geen haarlemmerdijkjes, was haar antwoord op ons, soms, weerspannige gedrag. Met ’gehoorzamen is direct doen, en niet over een uur’, leerde zij ons de opgelegde hand- en spandiensten direct uit te voeren. Jazeker.
Afwassen: meteen.
Huiswerk: direct.
Strijken: op de wasdag.
Sajet ophouden: nu.
Je vader helpen in de bloemenschuur: duldt geen uitstel.
Naar de kruidenier voor een blauwtje: over vijf minuten terug.
Sokken stoppen: vanavond.
Zondag: tijd voor de kerk. ‘Lopen alvast, Lieve Heer wacht niet.’
Totdat. Totdat er ijs lag in het slootje naast de moestuin. Het S-woord waarde vanaf dat moment door ons huis. Het elimineerde alle regels en afspraken. Een beetje onwennig door deze onverwachte wending in onze opvoeding, bonden wij snel de blokjes, de doorlopers of de zwierders onder. Vader sjouwde stoelen en sledes op de baan, moeder bracht anijsmelk. Grote broer zette de grammofoon op een bonenkist, draaide wat aan de mechaniek en Willy Derby leidde ons muzikaal de ijle vrieslucht in.
Ons huiswerk? De afwas? De strijk? Op onze vragende blik had moeder een antwoord: ‘Kinderen, ijs doet alle plannen smelten.’
Klopt, of je wilt of niet.
Willie, 5 februari 2012/ 8 februari 2021/11 januari 2026