Op Drechtdijk 33 heb jij, samen met onze broers en zussen je jeugd doorgebracht. Wij waren met acht: Annie, Joop, Jeanne, Riet, jij, Cock, Hennie en ik. Onze vader heeft vast een luchtsprongetje gemaakt toen er jongetje in het wiegje lag, in elk geval handen erbij voor op de kwekerij. Er moest veel werk verzet worden om alle monden te voeden. Rijk waren wij niet, maar wij zijn ook niets iets te kort gekomen. De grote moestuin bracht aardappels, boontjes of spruitjes op tafel. Vlees was voor zondag en op onze boterham lag kaas of suiker.
“Gelukkig, een zoon.” Jij was voor het zware werk papa’s steun en toeverlaat. Sterke armen, kracht in je lijf en een doorzetter. Wat kan een kwekersvader nog meer wensen.
Een van onze neven refereerde deze week ook aan jouw arbeidsethos: “Ik heb van oom Kees geleerd wat werken is.”
Met drie grote broers direct boven mij: jij, Cock en Hennie dus, ben ik voor het grootste deel opgevoed op “het land.” Vader, maar ook ons moeder hadden jullie hulp hard nodig. Ik heb je als kleine zus zeker wel eens in de weggelopen, wanneer chrysanten geplozen werden of onkruid gewied. “Opzij, Kriel, ga maar ergens anders spelen. Ik moet verder.” Je was nooit boos, altijd vriendelijk. Dat vriendelijke gezicht herken ik ook op de mooie kaart.
Een paar jaar later. Het klinkt nu vreemd in de oren, maar ik mócht naar de bewaarschool. En wie bracht me er op zijn sterke schouders naar toe? Juist. Jij, Kees. Wij hebben het de laatste jaren samen vaak herhaald, mede daardoor heb ik er een levendig beeld bij gekregen. Jij, elf jaar en in de zesde klas, die zijn sprietige zusje veilig de bewaarschool in loodste.
In de chrysantentijd was het vaak zo druk, dat papa, jij en je broers halve nachten doorwerkten. Maar ja, de veiling begon ook vroeg, dus rond de klok van vijf werd de auto gestart om de handel naar Aalsmeer te brengen. Om te zorgen dat je niet in slaap sukkelde, werd ik uit bed getrommeld en was ik jouw bijrijder. Als de taak erop zat, de chrysanten lagen keurig op de kar, met de mooiste bos voor de opsteker bovenaan, nam je me mee naar “de klok”. Even een moment rust voor jou. Daar in de banken leerde ik mijn eerste koffie drinken. Twaalf jaar oud. Wij peuzelden samen ook een gevulde koek, wat een luxe, maar ik mocht deze uitspatting onder geen voorwaarde thuis vertellen!
Terug naar je tuindersinstinct. Ons moeder had op maandag wasdag. Teilen vol met was-en weekgoed stonden in de bijkeuken. Naast de bijkeuken had jij een tuintje met, tja wat zal het geweest zijn? Jonge peultjes, kleine lathyrusplantjes? In elk geval was het jouw trots. Kweker in de dop.
Alleen, er was een probleem wanneer mama het waswater via de achterdeur naar buiten bezemde. Meestal was je er op tijd bij, dan redde je je levende have, maar soms dreven de plantjes vrolijk in het vuile sop. Opgewekt redde je de fragiele plantjes en plantte je de stekjes weer keurig in je tuintje naast de bijkeuken
Opgewekt. Altijd zoeken naar een oplossing. Niet bij de pakken neer gaan zitten.
Toen moest je in dienst, gewoon voor je nummer. Wat een pech. Ik kan alleen uit mijn herinnering spreken, dat het niet de leukste jaren uit je leven waren. Natuurlijk was je trots op het feit dat je op een echte tank mocht rijden, als Huzaar van Boreel. Natuurlijk gaf la Courtine in Frankrijk, waar je een tijdje gelegerd was, je een ruimere blik dan alleen de kwekerij. Maar volgens mij was heimwee naar tuin en werft alles overheersend. Je zwaaide af. Papa, die je zo gemist had, trok zijn goeie goed aan, wij hingen slingers op, mama liet gebak komen. Het leek wel bijbels: de verloren zoon komt thuis. Joop en Hennie gingen, in onze Ford, je ophalen. Er was een feestmaal aangericht.
Maar: wij wachten en wachten…. Wie er kwam ? Geen Ford met Kees erin. De stemming daalde, papa trok nog eens heftig aan zijn sigaar. Iedereen ongerust. Wat bleek: jij wilde dat je kameraden, die geen ouders hadden met een auto, eerst thuis her en der afgezet werden.
Toen jij uiteindelijk met een biertje op, drie uur na geplande tijd thuis arriveerde, was de stemming zo ver gedaald, dat ik uit voorzorg maar naar mijn kamertje ben gegaan.
De volgende ochtend stonden papa en jij weer fluitend samen chrysanten te pluizen. Begrip wederzijds.
De laatste vrijdag dat ik bij je was in Rozenholm, praten was al moeilijk voor je, herhaalde ik deze verhalen, heel zachtjes in je oor. De glimlach op je gezicht en je uitgestoken handen vergeet ik niet snel meer.
Lieve Kees, in díe getoonde kameraadschap naar jouw dienstmaten, in je vriendelijkheid, je onvoorwaardelijke liefde voor de mensen om je heen was je mijn grote voorbeeld. Ik weet dat ik ook spreek namens zussen en broers.
Vaarwel, ga maar snel naar Marco en Cobie. Rust is je zo gegund.
Willlie, 31 oktober 2025