Cock en Kondo

Mijn broer Cock en Marie Kondo zijn elkaars tegenpolen. Wat heet.
Waar de een alles, maar dan ook A.L.L.E.S. bewaart, want ‘je-weet-nooit’, gaat de ander met een design bezem door porseleinkasten.

Bij Cock klop je nooit tevergeefs aan.
Heb je:
klompen/doorlopers/mussenschedels/klinknagels/geitenwollen sokken/kerkkelken of lonten voor je net aangeschafte petroleumstel (omdat je zen wil gaan koken) nodig? Mijn broer glimlacht wat, trekt zijn oude houtje-touwtje jas aan, slaat een, nog door moeder gebreide, patentsjaal om zijn nek en duikt in zijn voorraad.

Laden bezwijken, planken buigen door, kasten puilen uit. Kondo zou met loeiende sirenes naar de beademing moeten, Cock komt glunderend te voorschijn met het gevraagde object.

Afgelopen vrijdag vierde hij zijn zevenenzeventigste verjaardag. Na de taart was daar de vraag: “Willie, weet jij wat: ‘Hobobogiën’ is?” Nou nee.

Natuurlijk hij had ‘toevallig’ iets gevonden en bewaard. Een tekening van een grafzerk, omgeven door echt mensenhaar. Haar van een dode, wel te verstaan. Het is begin vorige eeuw een poosje mode geweest om haren van dierbare doden af te knippen. Daarna te plakken en te knippen en het ‘haarkunstwerk’ vervolgens in de woonkamer op te hangen.
Op de achterkant van dit gevonden kunstwerk staat dus ‘Hobobogiën’.

Nu, twee dagen later, blijft het woord een raadsel. Ik weet nu wat een hobofobie is, want wat ik ook zoek, ik kom altijd op de lijst van fobieën. Overigens ging daar een wereld voor mij open. Ruw geteld bestaan er meer dan 350 geregistreerde fobieën.
Bijvoorbeeld: een fobie voor mannen/vissen/ideeën/glas/vuurwapens/lange woorden/donker/Bosjewieken/knoflook/oneindigheid/klokken/taal/hel/knieën/kinnen/pubers/goed nieuws/elektriciteit/thuis/geel/bezit/maagden/hoogte/autorijden/vogels en zo verder en nog verder.*)
Bij sommige fobieën kan ik me iets voorstellen, gelukkig bij de meeste helemaal niets.

En Marie Kondo? Zij lijdt aan Ataxfobie. Van Plutofobie heeft zij geen last, geloof ik.
Broer Cock heeft zijn eigen ‘Jeweetnooitwaarhetgoedvoorisfobie’. Wát zijn wij daar als grote familie blij mee.
Wat ‘Hobobogiën’ behelst? Wist ik het maar. Ik zoek verder. Is nieuwsgierig zijn ook een fobie?

Willie,
10 februari 2018
*) www.angstlijst.nl

Posted in Familie, Perspectief, Taal | Reacties uitgeschakeld voor Cock en Kondo

De taal van Ot en Sien

“Oma, wat jij wat een toom is?”
“Zeker. Een groep kippen.”
Grote ogen aan de andere kant van de tafel.
“Dat kan niet, wij lazen vandaag over vroeger, Ot moest van zijn moeder een toom kurkbreien.”
“Wat zeg je me nu? Oh, een toom is ook een soort tuigje voor een paard. Maar wat kurkbreien is? Heb jij die oude leesboekjes nog?”
“Alsjeblieft.”
Na enig geblader verschijnt een tekening van een kordate, stevige moeder. Zij heeft een flink schort om de grote boezem, een kapsel met grenzen en robuuste benen in degelijk schoeisel. IJverig is moeder in de weer met spelden en een kurk: huppakee, gat in de kurk, spelden erop, sajet om de spelden en kurkbreien maar. Na lang punniken is een toom klaar voor het speelgoedpaardje.

Gretig lees ik verder, kindertaal omstreeks 1950:
Een oud vrouwtje vliegt, via haar stoof, in de brand. Een guit krijgt een standje. Wie lei een ei? Grootemoei heeft geen rijwiel. Zeepsop kan niet in een meelzak. Ot roept: ”Sliep uit!”
De zon is lustig. Een brutale rakker steelt ulevellen. Kinderen staan kaarsrecht en doodstil naast schoolbanken. Vader wordt voor het lapje gehouden. In een ommezientje drinken zij speldenwater. Oom heeft braaf schik in het verhaal. Meester lacht om olijke Piet. Nel wordt gekiekt.

Nauwelijks twee generaties verder en taal is onherkenbaar.
Verlies? Ik koester geen illusie dat het vroeger beter was dan vandaag de dag.
Taal verrijkt, altijd. Hoe dan ook.
Zélfs als mijn kleindochter vraagt wie mij B.F.F. (bee-ef-ef) is, en of ik al B.A.E. (bee-aa-ee) bij de Hema heb gekocht.
Alhoewel. Zou “Een zwerm witte meeuwen scheert rakelings langs de bruisende branding.” niet meer kunnen in groep 5? *)

Willie,
7 februari 2019

*) Uit: ‘Piet en Nel hebben vacantie’ Leonard Roggeveen, derde leerjaar. 

Posted in Kleinkinderen, Taal | Reacties uitgeschakeld voor De taal van Ot en Sien

Code twee incluis

Mijn moeder leerde mij een versje:

Daar was eens een mannetje, dat was niet wijs,
dat bouwde zijn huisje al op ’t ijs.
’t Begon te dooien, maar niet te vriezen,
toen moest dat mannetje zijn huisje verliezen.

Daar was eens een mannetje, dat was niet wijs,
dat bouwde zijn huisje al op ’t ijs.
Het sprak: “o Heer, laat het altijd vriezen,
anders moet ik mijn huisje verliezen!”
Het huisje verzonk, en ’t mannetje verdronk.

2019:
Daar is eens een landje, dat is zo bang,
het verwacht grote vlokken, uren lang.
’t Begint te sneeuwen, maar niet als voorspeld.
Heeft het landje vandaag zijn knopen geteld?

Toekomst:
Daar is eens een landje, dat is nu wijs,
het ‘bouwt zijn huisjes niet meer op ‘t ijs‘.
Het sprak: ”o Heer, op realiteit gaan wij bezinnen
anders blijft ieder bij de eerste vlok binnen”.

Het landje komt thuis, met code ‘geel’ incluis.

Wiilie,
22-01-2019

Posted in Perspectief | Reacties uitgeschakeld voor Code twee incluis

Aanstoken

Mijnheer Frits Bolkenstein heeft dé oplossing: het klimaatverdrag moet voor een poosje de koelkast in. Misschien zou hij het liever naar de Noordpool sturen, maar ja, daar smelt het ijs al in ras tempo. Dus: in de politieke koelkast. Is Mijnheer B. nu helemaal van lotje getikt?
Hoopt hij, dat van uitstel afstel komt? Omdat de ‘kleine burger’, volgens hem, de rekening gepresenteerd krijgt? Sinds wanneer maken hij en zijn trawanten zich druk om de ‘kleine burger’? Dat antwoord weet ik, namelijk als er verkiezingen in aantocht zijn.
Afgelopen dinsdag laat de oud-VVD-leider optekenen in de Volkskrant: “Nederland zou bij dit klimaatverdrag dusdanig op de schop moeten, dat het te vergelijken is met Mao’s GroteSprongVoorwaarts.” Frits B. wrijft ons nog iets in: “En we weten hoe het daarmee is afgelopen.” Tjonge jonge, wat een stoere taal.
Gert-Jan Segers in een mosterdgroen Maopak? Voor die tijd is ál het ijs gesmolten en leven aapjes alleen nog in dierentuinen. Dat heet: te laat, mijnheer F.B.
Zal ik het vuur aanstoken? Ik geloof meer in ‘klimaatdrammers’ dan in oude mannen die ooit de klok hebben horen luiden, maar nu op een leeftijd zijn gekomen dat ze de klepel niet meer vinden.
Gevaarlijk.

Willie, 17-01-2017

Posted in Perspectief | Reacties uitgeschakeld voor Aanstoken

Toch?

Op deze druilerige zondag in januari maak ik schoonschip met alle papiertjes die rondslingeren in, op en onder mijn bureau. Er staan talige teksten, puntige bedenksels, intelligente bespiegelingen of bijzondere invallen op, die ik ‘onderweg’ in 2018 tegenkwam. In boeken, in kranten of met een luisterend oor.
Opschrijven!

Gister kocht ik een nieuw schrift én een nieuwe pen, ik ordende vandaag de kattebelletjes.
De koning kwam langs, zijn moeder, Erasmus, Grunberg, Marlies Dekker, Cruyff, Tolstoj, Palmen, Bril, Tagore, Dalai Lama, Rodin, Haasse, Obama, Coelho, Ali B., Enquist, Aristoteles, Shakespeare, Churchill, Picasso, Vasalis en zelfs Bolkenstein.
Dit is nog maar een fletse opsomming van vrouwen en mannen die voor mij, bij tijd en wijle, de klok even lieten stilstaan.

De klus is geklaard, het schrift is bijna vol.
Als laatste fladderde Roald Dahl rond: “Als ik de kans had, schrapte ik januari van de kalender en zette ik er juli voor in de plaats”. Díe uitspraak ligt verscheurd in de papierbak.
Toch?

Willie, 13 januari 2019

Posted in Perspectief | Reacties uitgeschakeld voor Toch?

Wiilie wenst een getal

In 15 jaar tijd zijn Man en ik 45 keer heen en weer gereden naar een grote jongen die zo nodig, ver weg, in de bergen moest gaan wonen.
45 keer. Het is een makkelijk rekenen. In de kerstvakantie, in de lente én in de zomer naar l’Argentiere. 15 keer 3. Eenvoudig sommetje.
Maar er waren ook kilometers, die ík aflegde met de trein. Het ging om een verjaardag, een geboorte en nog een geboorte. Of zomaar om heimwee.
Wat? Heimwee?
Eerst was het Rogierwee, al snel gevolgd door Rogiersandrawee. Eigenlijk, het moet gezegd, het ging allemaal wel. Tot er een wiegje kwam aan de voet van de Pelvoux.
Daar lag zij: blauwe ogen en blonde krullen. Mijn Rogiersandralisawee werd tegelijkertijd geboren.
Bijna een jaar geleden, het is begin 2018, zag een pronte boreling het daglicht. Hoe moet dat nu verder met mijn Rogiersandralisamaxwee?
Ik wens in 2019 voor de 50ste maal ‘ma valise’ te pakken.

Willie,
1 januari 2019

Posted in Familie, Kleinkinderen | Reacties uitgeschakeld voor Wiilie wenst een getal

Velletje van oma

Witte kerst.
Besneeuwde bergtoppen.
Zout en zand op de weg.
Sneeuwschuivers uit hun winterslaap.
Wortels als neuzen in tuinen.

Nog een paar kilometer te gaan.
Het verandert nooit.
Een hart dat sneller klopt.

En dan, daar is ie:
kleine Max.

Knuistjes met kuiltjes.
Vingertjes als worstjes.

Kleine Max.
Wangen als een ballonnetje.
Glimlacht tandjes bloot.
Kroelt met genoegen
tegen het velletje van oma.

Lieve kleine Max.

Willie
Kerstmis 2018

Posted in Kleinkinderen, Reizen | Reacties uitgeschakeld voor Velletje van oma

Hannah en ik

‘Kaarsjesavond’ in Gouda. We staan op de markt bij de metershoge boom. Het is koud. Het is donker. De straatlantarens zijn uit. De winkels zijn verduisterd.
Er is muziek. De stadsbeiaardier speelt. Wij zingen mee. Heldere tonen in de winternacht.
De kinderburgemeester leest het kerstverhaal. Stralend en vol vertrouwen.
Daarna gaat een mevrouw zingen, een aria. Hannah, de kleindochter, wil weten wat er gezongen wordt.
Ik fluister de vertaling in haar oor: ‘Doe wat je zelf belangrijk vindt’.
Hannah: ‘Oma, dat klopt niet, want je leeft toch met elkaar?’
Heel eventjes knijp ik in haar kleine kinderhand.

Willie
15-12-2018

Posted in Kleinkinderen, Perspectief | Reacties uitgeschakeld voor Hannah en ik

Retrospectief

Dat heb ik weer. Ben ik eindelijk een blitse oma, omdat een iPhone 6s op mijn bureau is geland, lees ik in een NRC van enkele weken geleden, dat een kentering op het gebied van digitaal vlak gaande is.
Sommige millennials beweren, ik citeer: ‘Afwezigheid op sociale media en een oude domme telefoon in je tas zijn een nieuw teken van klasse.’ Tja.

Het herinnert mij aan een voorval van, ik denk, veertig jaar geleden.
Een vader en een moeder (schrijfster dezes) van een klein manneke hielden er regels op na, waar zij zeer bewust over hadden nagedacht. Houten speelgoed, geen plastic. Zelf verantwoord brood bakken. Een yoghurtplantje in de vensterbank. Een speelgoedkist gevuld met knijpers, trechters en bolletjes wol. Boeken met goedgekeurde teksten en prenten. Géén potjes met gezeefde groenten, maar een eigen prak. Zelfgebreide wollen jasjes en degelijke schoentjes.
De kinderprogramma’s op tv werden, natuurlijk, nauwkeurig uitgekozen.

Totdat. Het manneke werd een kleine jongeman en speelde op speelplaatsen. Zijn klasgenootjes holden in de pauze over houten bielzen en deden geluiden na die hij niet herkende. Zij schreeuwden: ‘eiffenho’, zij maakten bewegingen die op de draf van een paard leken. Verbaasd stond hij aan de kant.
‘Mama, als de kinderen op school spelen, roepen ze ‘eiffenho’. Is dat een prinsje? Heeft hij ook een prinsesje?’

Wakker geschud door die twee vragen, hebben de vader en de moeder van de jongeman ‘de knop snel omgedraaid’.
Beste millennials van een bepaalde klasse, geef je kinderen de ruimte van deze tijd. Zíj moeten verder, jullie hebben ‘verder’ allang onder handbereik.

Willie, 23 november 2018

Posted in Kinderen, Perspectief | Reacties uitgeschakeld voor Retrospectief

Filiaalchef

Hij rook naar koffie. Als hij zijn overjas uit deed, zijn pet op de kapstok hing, om daarna mijn oudste zus een zoen te geven, bleef ik altijd een beetje in zijn buurt. Ik vond koffie een heerlijke geur.

Hij wilde trouwen, Annie ook. Hij had een goede baan, namelijk winkel chef bij De Gruyter. Toen er boven een filiaal in Amstelveen een etage vrij kwam, vertrok mijn zus aan zijn trotse arm.

En fier was ie, de koffiegeurende zwager. Op zijn vrouw, natuurlijk, maar ook enorm op zijn baan. Elke ochtend, in een kakelverse witte jas, openende hij de winkeldeuren. Keurde met zijn arendsogen de schappen. Stonden de trommels en potten recht? Lagen de zakken thee naast elkaar? Waren de koperen knoppen van de koffiemaalmachine blinkend? Zo ja, dan mocht de clientèle binnenkomen.

Zijn winkel was een bezienswaardigheid. In mijn kinderogen ontzettend luxe: prachtige lampen, tegeltableaus met afbeeldingen uit tropische landen. Het zonlicht door de glas-in-lood gaf zijn nering in een kleurrijke aanblik. Er waren rekken met kruiden uit verre oorden, veel soorten koffie, theeblaadjes van de eerste pluk. Volgens mij was er geen bleekwater, boenwas of soda te koop.

Toen hij, de koffieman, eenmaal ons gezin kwam binnengelopen, vond mijn moeder het tijd bij De Gruyter boodschappen te doen. Niet dat ons dorp zo’n chique winkel herbergde, maar oprichter Piet had al vroeg een bezorgdienst bedacht. De ene week kwam een bediende “horen” en de andere week kwam de bestelling thuis.
Ik zat dan op het puntje van mijn stoel, om onder uit de doos het Snoepje van de Week te vissen. Geen snoep, dat was van vóór mijn tijd, maar een speeltje, een poëzieplaatje of een boekje. Klein, maar in mijn kinderogen zo’n weelde, dat ik moeder vroeg of ze áltijd bij De Gruyter wilde kopen.
De rest is geschiedenis, alhoewel ik denk dat de service, het aanbod en de inrichting van de winkels nu binnen de grachten hoge ogen zou gooien.

Willie
14 november 2018

Posted in Familie, werk | Reacties uitgeschakeld voor Filiaalchef