Dode fiets

Het regent pijpenstelen. Al drie dagen lang. Drie dagen dat ik toch op stap moet/wil/ga. Met de fiets. Weliswaar een electriek, maar toch, een fiets.
Niet met de trein dan? Als je in Gouda woont en je wilt naar Leiden, via Alphen aan den Rijn, dan weet je wel beter. Het boemeltje rijdt eigenlijk nooit als het regent/waait/ijzelt. Ook niet als het een beetje warm is, zeker niet als de blaadjes vallen of als er een paar sneeuwvlokken dwarrelen.
Dus, de trein is geen optie, ik gebruik de fiets. In regen, in stortbuien, in windvlagen, gepaard met striemende wind uit alle hoeken.
Ik ben er goed op gekleed. Mijn regenpak houdt mij uren droog, niets aan de hand als ik na anderhalf uur mijn fiets in ons schuurtje zet. Tot zover.
De volgende ochtend haal ik opgewekt mijn Batavus weer van stal. Het belooft een mooie rit te worden. Ruim een uur door polders en langs weilanden in de vroege ochtend mist. Ik heb er zin in. Accu erop, fiets van slot, ‘computertje’ aan, en karren maar. Eerst flitsend door de stad, dan richting Leiden.
Soms doet het mechaniek het niet meteen, dan is het een kwestie van even aan en uit zetten. Maar vandaag is het anders. Ik krijg een foutmelding. Het nummer 100 zegt me niets, ik heb van de gebruiksaanwijzing geen studie gemaakt. Nog maar een keer aan-uit. Halsstarrig blijft de 100 te voorschijn komen. Optimist als ik ben fiets ik verder. Zal wel goed komen. Halverwege Boskoop zeggen mijn benen dat het niet goed is gekomen en ik weet dat ik nog 15 kilometer echt moet trappen om mijn doel van vandaag te bereiken. Lukt wel, leuk is anders. Dat wordt een bezoek aan de fietsenmaker.
‘Goedemorgen, mijn fiets is dood.’
‘We zullen eens kijken.’ In de middag een telefoontje van de beste man:
‘Mevrouw, waar bent u nu? Kunt u even gaan zitten?’
‘Ehh, ja?’
‘Het is de accu. Heeft u een hogedruk spuit, een fietsendrager?’
‘Ehh, nee. Maar ik fiets wel door weer en wind.’
‘Hij is verdronken. We moeten een nieuwe bestellen. Kost €700, vandaar dat ik u vroeg om even te gaan zitten.’
‘Zó.’
‘Ik ga proberen een coulance regeling voor u te krijgen, want het is nét na de garantie, toch?’
‘Ja.’ Meer kan ik niet uitbrengen.
De hoosbuien van de laatste dagen zijn de boosdoeners, de fietsenmaker kan er ook niets aan doen. Ik krijg een nieuwe accu, mét korting en op de rekening wordt het arbeidsloon weggegumd. Klassezaak, Louwerenburg in Gouda.
Als ik mijn rijwiel ophaal heb ik nog even een praatje nodig. Zeg maar een soort geestelijke ondersteuning.
‘Stiekem vind ik het een beetje raar, mijnheer, ík blijf droog en mijn fiets geeft zijn pijp aan Maarten.’
‘Domme pech, mevrouw. Het is altijd mechaniek.’
‘Eigenlijk zou de accu ook een regenjasje aan moeten.’ De reparateur verblikt of verbloost niet.
‘Kunt u zo meenemen hoor, voor €40 heeft u een waterdichte beschermhoes. Eentje erbij doen?’
Ik stem toe, want Gerrit Hiemstra zegt dat er nog meer buien komen.

Willie, 9 september 2017

Posted in Reizen | Leave a comment

‘Olle wief’

Niemand thuis. Het is flink na achten, alle winkels hebben de deuren gesloten. Zelfs onze AH in de binnenstad. De fiets van mijn gade staat in de stalling, de auto voor de deur. Ik roep naar boven: ‘Hoi, ik ben thui-uis!’ Geen antwoord.
Terwijl ik in de keuken water kook voor een kop thee zie ik dat de boodschappentas niet aan het vertrouwde haakje hangt. Het lijstje met toekomstige aankopen is verdwenen van het whiteboard. Er hangen alleen nog een paar verlopen servieszegels en een aantal bonnetjes om eventueel aankopen te ruilen. Kunnen langzamerhand in de prullenbak.
Met de thee verschans ik me achter de laptop. Het einde van augustus nadert, de schemer zet vroeg in. Zwaluwen scheren onheilspellend langs mijn raam, op zoek naar de laatste insecten.
‘Hé, waar blijft ie nou?’ Ik open de mailbox, geen zaken die stante pede om een antwoord vragen. Gelukkig. Nauwlettend hou ik, linksboven op het scherm, de tijd in de gaten. Het tikt maar door: 20.44, 20.45, 20.46. Fantasie doet de rest.
20.47: Mijn mobiel gaat af. Ik pets op de toets, verbinding verbroken. ‘Beller onbekend’. Stapeltje onrust groeit.
Als ik een kwartier later een zoen in mijn nek voel en een gezicht zie, met een glunder van oor tot oor, slik ik snel een paar woorden in. Want hij was op o-n-d-e-r-z-o-e-k gegaan. Op missie, zeg maar. Op speurtocht naar een goede ‘oude wijvenkoek’. Jawel. Niet naar zo’n klefferige, die de laatste tijd in de schappen ligt bij onze buurtsuper. Gewoon, een echte met pit, met houvast. Met stroop, roggemeel en anijs (de laatste verjaagt boze geesten). Een koek, die ons het gevoel geeft dat we nog tanden hebben, ondanks het stijgen van onze leeftijd. (Oude wijven hebben heus tanden, beste makers bij Peijnenburg).
Trots stalt de gade zijn schatten uit. In alle uithoeken van de stad zijn winkels bezocht en koeken gekocht. Deze weken gaan we, ‘s morgens bij de eerste kop koffie, testen. Koek voor koek, hap voor hap.
Dit ‘olle wief’ is voor niets ongerust geweest. Zíj gaat voor de koek met de meeste anijs.

Willie, 24 augustus 2017

Posted in Perspectief | Reacties staat uit voor ‘Olle wief’

Mesjogge

In Brugge:
‘Heeft de buurvrouw het al gedaan?’
‘Nee, want het is vandaag maandag.’
‘Oh, dan ben ik een dag in de war.’
‘We moeten op dinsdag goed koekeloeren.’
‘Let jij dan op die stille buurman van hiernaast?’
‘Zeker. Vorige week deed hij het ook al niet. Ik maak me ongerust.’
‘Moeten we het melden?’
‘Ach, laat hem maar even met rust. Misschien spaart hij alles op.’
‘Kan. Toch ga ik de zakken controleren. Geen klus waar ik op zit te wachten, maar als het om eenzaamheid gaat…’
‘Hoe weet je nu van wie wát is?’
‘Makkelijk zat. Ik zie soms bij de super wat onze buren kopen. Zij van hierboven koopt soep in blik en gevulde koeken van het huismerk. De verpakking gaat in de vuilniszak en Bingo!, getraceerd. Niet eenzaam dus, want ze komt nog buiten.’
‘En hij?’
‘Moeilijker. Af en toe heb ik hem bij het scheiden van de markt gesignaleerd. Hij zocht tussen de resten afgedankte groenten en vis.’
‘Dat is makkelijker, zo’n vuilniszak hoef je alleen open te doen. Snuif, snuif: deze buurman vereenzaamt nog niet.’
‘Maar de bloemetjesjurk van drie deuren verder, heb jij vorige week haar vuilniszak gezien?’
‘Ik zou niet meer weten. Zullen we het melden?’
‘Doen. Onze burgemeester vraagt dat toch?’

In Gouda:
In onze buurt hebben wij een gezamenlijke vuilcontainer, met een chipkaart gaat hij open. Anoniem? Of is er op ons stadskantoor een dame die turft hoeveel keer ik, mijn lief of mijn buurman de container gebruikt?
En als ik, toevallig, heel bewust om ga met kranten, plastic, groen en wat al niet, met gevolg dat ik de container sporadisch open, komt dan het Leger des Heils aanbellen?
‘Dag mevrouw, wij hebben doorgekregen dat u weinig afval produceert, bent u eenzaam? Kunnen wij voor u bidden?’
‘Dacht het niet. Ik ben gewoon zuinig en milieu bewust. Goedemiddag.’

De burgemeester van Brugge, zo las ik afgelopen maandag in de Volkskrant, sommeert de burgers van zijn stad te kijken of hun buren vuilniszakken buiten zetten. Zo niet, zou vereenzaming op de loer liggen.
Wat een mesjogge gedachte.

Willie, 9 augustus 2017

Posted in Perspectief | Reacties staat uit voor Mesjogge

Beenderen en botjes

De ‘erven Lek’ kregen deze zomer een brief. Een brief van het parochieteam St. Jans Geboorte uit De Kwakel, het dorp waar mijn broers, zussen en ik het daglicht zagen. Wat was er aan de hand? Wat lazen wij? Het familiegraf van mijn ouders zou geruimd moeten worden. Ehh? Zeker, want de rechten zijn verlopen. Nooit geweten dat rechten van een familiegraf kunnen verlopen. Niets blijkt voor eeuwig. Ook de rustplaats van onze ouders niet.
Zij hebben een mooi graf met een marmeren steen, een klein tuintje en witte kiezels. Op de steen staan hun namen gebeiteld en de tekst: ‘Nu gaat de hemeltuin open’. Zo kunnen Hein en Mien Lek-Koeleman hier boven blijven schoffelen.
Ik ben geen grafbezoeker, toch vond ik het een rustig idee dat zij ‘slapen’ onder het wakend oog van een van mijn broers, die het marmer af en toe sopt en, -al gelang naar het seizoen- er viooltjes of chrysanten poot of een kerststukje brengt.
Ook heb ik er nooit over nagedacht, dat de beenderen en botjes van papa en mama na een aantal jaren ‘geruimd’ moesten worden. Want zo heet dat: ‘geruimd’. Is overigens iets anders dan ‘opgeruimd’. Dat klinkt onaardiger: opruimen neigt naar ongemak.
Goed. Terug naar de brief. Als wij als ‘erven Lek’ niet voor 1 september reageren dan gaan de overblijfselen, zo heet dat in het jargon, van onze ouders, samen met andere overleden dorpsgenoten, in een mooie diepe kuil. Wel met hun naam, een aandenken en met een gemeenschappelijk tuintje.
Het was de brief van de parochie die ons wakker schudde. Er stond iets in over verlopen rechten én over een rechtelijk besluit dat familiegraven wel verlengd mogen worden. Weliswaar tegen het nu geldende tarief. ‘Grond is money’, zeker onder de rook van Amsterdam.
Zeven gezinnen in beraad. Onze oudste zus en haar man kunnen we niet meer om raad vragen. Onze oudste broer wist dat zijn vrouw toegewijd is. Drie broers, een schoonzus en drie zussen overlegden thuis en namen besluiten. Voor een ruime 2500 euro zouden onze ouders nog tien jaar zacht rusten onder eerder genoemde kiezelsteentjes.
De meningen waren verdeeld. Dus werd het ‘polderen’, gelukkig hadden wij dát al van onze ouders geleerd voordat het woord was uitgevonden. De een was voor, de ander tegen. We luisterden en beargumenteerden. We voelden verdriet en trots.
Voor mij heeft een fysiek graf geen reden om mijn ouders meer of minder te missen. Ik kom er nauwelijks, ik denk wel vaak aan hun:
‘Weet je, er was een riek. Een schop. Tuinbouwgrond moest ontgonnen worden. De dagen waren langer dan de nachten. Ieder dubbeltje werd niet één, maar wel tien keer omgedraaid. De mouwen opgestroopt en uit zuinigheid in de avonduren gekeerd, kapotte sokken gestopt. Maar ook werd elk initiatief van ons, kinderen, gehonoreerd en vertrouwen in de toekomst was de dagelijkse mantra aan tafel.’
Wij, ondertussen oud én grijs én wijs, polderden op een zomeravond nog wat na, de meerderheid besloot dat het graf blijft zoals het is.

Schoffel maar lekker door in jullie hemeltuin, papa en mama. Wij laten jullie beenderen en botjes voorlopig met rust.

Willie. 4 augustus 2017

Posted in Familie | Reacties staat uit voor Beenderen en botjes

Rode laarsjes

Schermafbeelding 2017-07-20 om 21.39.09

De herberg is vol,
wij kamperen op het balkon.
De Tour komt langs,
nergens plaats meer.

De avond is helder.
sterren spelen met de maan.

In de ochtend een regenplas, rode laarsjes:
een modderpoel vol geluk.

De herberg was vol.
wij kampeerden op het balkon.
Rode modderlaarsjes voor de tent,
ik ga ze missen.

Oma Willie
L’Argentière la Bessée, 20 juli 2017

Posted in Kleinkinderen | Reacties staat uit voor Rode laarsjes

Pffff…

Hij speelt bij het aanrecht, heeft water, drie trechters. De zeeleeuw doet mee.
Ineens: “Oma, waarom is water glad?”
We doen er een scheut zeep bij, er komen rietjes aan te pas. We blazen in het sop. Zo ontstaan er dikke zeepbellen.
Ik zie een lichte frons en daarna: “Waarom kun je door zeepbellen kijken?”
De zon schijnt, na het waterballet gaan we de tuin in. We vangen slakken.
Minutieus worden ze bestudeerd, we plukken bloemblaadjes en zien hoe de slakken vooruit sukkelen.
“Oma, eten slakken ook middageten? Hoe doen ze dat dan?”
Om de dag af te sluiten lopen we naar de oude haven met zijn sluis. Een favoriete plek van mij, zeker ook van mijn kleinzoon.
“Kijk, daar is vloed, hier is het water laag.”
“Waarom dan?”
De sluisdeuren gaan open, hij vergeet bijna adem te halen. Het water kolkt de sluis in.
“Is dat water van de oceaan of van de zee?”
Aan de oever van de Hollandse IJssel staat de oude kaarsenfabriek. Mijn logé wijst ernaar en vraagt zich af: “Fabrieken maken dingen, wie maakt eigenlijk de fabrieken?”
Op de terugweg gaan we via de Legowinkel. “Nee, we gaan alleen spelen, niets kopen”.
Een kleine teleurstelling: “Oma, waarom is niet alles gratis?”
Tegen zeven valt hij om van de slaapt, het is bedtijd. De hersentjes hebben rust nodig. Dat dacht ik, maar tijdens het poetsen van de kleine witte melktandjes gaat hij onverdroten door:
“Oma, als het avond is, waar blijft dan de dag?”
“Waarom kijken heksen boos?”
“Hoe weet een vogel de weg?”
“Ben jij bang voor een vulkaan?”
“Waarom is een spinner leuk?”
“Als ik iets heel vaak doe, lukt het altijd. Bij jou ook?”
“Is van Zwolle naar Parijs eigenlijk ver?”
“Waar ben ik eigenlijk als ik slaap?”

Pfff. Deze oma heeft én had niet op elke vraag een antwoord. Maar misschien hoeft dat ook niet.

Oma Willie, 6 juli 2017

Posted in Kleinkinderen | Reacties staat uit voor Pffff…

Ik ga jullie missen

Daar zit ie weer. Elke zomerochtend, rond een vast tijdstip en op dezelfde plek. Als ik eerder van huis vertrek zie ik hem niet. Hetzelfde geldt als ik soms later ben. Hij kijkt op mij neer. Het verkeer onder hem laat hem koud. Logisch want hij hééft het koud.
Een doorweekt lijf is geen prettig gevoel. Alles is nat en dus van gewicht. Dat heb je ervan als je zo diep mogelijk moet “duiken” om aan je dagelijkse kost te komen. Je zo zwaar mogelijk maken, om lang genoeg onder water te zwemmen om eten bij elkaar te scharrelen. Visjes en vissen in alle gradaties.
Hij zit altijd op dezelfde lantaarnpaal, in de zon. Drogen en opwarmen.
Ik ga hem gaan missen.
Ook de reiger die er een handje van heeft om aan aantal meters met mij mee te vliegen. Op nauwelijks een meter afstand.
Wat te denken van de zwanen die sissend hun kroost verdedigen in de sloot?
Of de zwoele reuk van de linden na een regenbui? Iets anders is een vleugje dode vis na een hete dag. Onaangenaam, maar o zo “poldergeneugt”.
De geur van pas gemaaide grasvelden snuif ik op; als kroos zijn verstikkende werk doet in de sloten ruikt het weer anders. Ook lekker.

Ik fiets langs gemillimeterde tuinen, tuinen zonder bloemen, want streng in het geloof. Er zijn tuinen met een overdaad aan speeltoestellen en er zijn bedoeningen met Ionische zuilen en betonnen cupido’s.
In alle jaren dat ik me naar mijn werk spoedde, zag ik huizen in aanbouw, verbouwd of aangebouwd worden. Niet altijd een verbetering in het landschap.
Ook hingen er ineens roze of blauwe vlaggen aan de gevel, nu staan er schommels en wippen.
Met een schuin oog keek ik naar koeien in de ochtendmist. Ik sjeesde op mijn elektriek de geblondeerde Poolse werkneemsters en hun mannen, met een koelbox onder de snelbinders, voorbij.
Op vrijdagmiddag was het spannend. Tegen vieren op de dunne polderwegen? Gelijk met de jonge knapen, in hun bestelbusjes of in hun opgepimpte oude Volkswagentjes, die na een week buffelen het weekend tegemoet gaan? Dat doe je maar één keer. Liever een uurtje later thuis.
Nee, dan de scholieren. Ik heb ALLE groepen getrotseerd. In zwermen van honderd bezetten zij de fietspaden volledig, het was een kwestie van timing en inschatting.
Overigens ook een geluk bij een ongeluk dat, mijn fiets en ik, de rotondes in Boskoop hebben overleefd. Geen druppel bloed vergoten, geen krasje op het lak. Niemand weet daar, wie óp wie, voorrang heeft, dus ik gaf het iedereen. Vandaar dat ik nog leef.
Dag fluitenkruid, dag eendenkuikens, dag ochtendzon, dag onverwacht glad wegdek, dag koude regen.
Dag aalscholver! Dag allemaal, ik ga jullie missen.

Willie 30 juni 2017

Posted in Perspectief | Reacties staat uit voor Ik ga jullie missen

Verder weg

Nauwgezet volg ik de loopbaan van de kleinkinderen op hun scholen. Soms draag ik een steentje bij door oude schoolboeken van zolder te halen. Zo vond ik “Kabouter Pim OP VERKENNING door het land van de mensen”. Aardrijkskunde door het oog van een kabouter, ik kan nog steeds geen betere methode bedenken. De methodes van nu, “Argus Clou” of “Topomania”, ik vind het maar niks. Ook begrijp ik de clou niet.
Ik leerde de wereld kennen via een mannetje met een puntmuts die met nieuwsgierige ogen de wereld bekeek en er over vertelde. Hij verplaatste zich van provincie naar provincie op de rug van “Langsnavel”, de ooievaar.

Er zijn zestig jaar verstreken. En wat ging ik graag naar school. Ik weet niet meer of het er leuk was, maar JE KON ER LEREN.
Via leesplankjes leerde ik lezen en via bladzijden vol met rijtjes sommen leerde ik rekenen.
De juffrouw van de derde klas breide sokken achter in de klas. Terwijl haar pennen tikten, kon ze alle veertig gebogen ruggetjes in de gaten houden. Zij kon breien en spioneren tegelijk. Ze was onaardig. Gelukkig kwam er op dinsdagmiddag een stapel boeken uit de kast. Tijd voor aardrijkskundeles. Geen saaie lessen over grondsoorten, maar een echt verhaal over Kabouter Pim, in kleurendruk zelfs. Op de kaft staat Pim, daaronder, in een wolkje, een dorsende boer en weer daaronder een eiland met een vuurtoren.
Mijn weetgierigheid voor land, zee, gebergte, akkers en klimaat is toen gewekt en nooit meer verdwenen.
Kabouter Pim trekt door Nederland. Hij vliegt naar boer Welgedaan in Groningen, maar daar wil ie niet helpen met oogsten. De boer is al rijk genoeg. Liever vertrekt hij op zijn ooievaar naar Drenthe, naar arme zandgronden. Daar steekt Pim de handen uit de mouwen. Ondertussen leerde ik over provincies, rivieren, grondsoorten, verschillen tussen arm en rijk. Of over verschillen tussen stad en dorp. Kortom, aardrijkskunde.
Nu ik het opnieuw lees begrijp ik waar mijn liefde voor het vak vandaan komt. Wat een methode. En dat in 1956: naar de leefwereld van kinderen afdalen om uit te leggen wat klimaat doet met een gewas, of de watersnoodramp beschrijven.
Jawel, de methode is gedateerd. Papa’s en mama’s heten Hendrik of Els. Zij worden met U of met Vader en Moeder aangesproken. De schipper heeft een pijp. De mannen van de PTT fietsen ’s morgens en ’s middags langs met ansichtkaarten en brieven. Op Schiphol vliegen wél 10 vliegtuigen per dag. Ploegen worden getrokken door knollen. Kinderen heten Fientje of Doortje. Daarnaast moesten de opdrachten vooral netjes gemaakt worden. Of netjes uitgeknipt. Of netjes overgeschreven.
Dat deed ík maar al te graag. Door Pim en zijn vriendjes was ik in een grote wereld terecht gekomen. De wereld van verder weg. Ik wens mijn kleinkinderen ook een “Pim”.

Willie, 24 juni 2017

Kabouter Pim OP VERKENNING door het land van de mensen’.
Aardrijkskundemethode voor de lagere school door B.S. van der Hart en B.P. Winters
L.C.G. Malmberg ’s-Hertogenbosch

Posted in Perspectief | Reacties staat uit voor Verder weg

Jouw mooi

Wanneer de trein in Utrecht stopt knipper ik met mijn ogen. Zie ik het goed? Lees ik de tekst op een affiche correct? Staat er echt: ‘fonQ vind jouw mooi’?
Ehh?
Ik hoop dat de NS mij nog een keer langs deze boodschap vervoert. Gelukkig, richting Groningen is ie daar weer. Nu heb ik pen en papier in de aanslag en ik noteer: ‘fonQ vind jouw mooi’. Waarlijk goed gezien en gelezen.
‘Vind mijn mooi’.
Wat vinden zij dan?
Is het dat fonQ míj mooi vindt, waarvan akte. Maar dan moeten de meneren of de mevrouwen van fonQ terug naar taalles. Of vinden zíj iets voor mij dat ík mooi vind. Bijvoorbeeld dat tuinbankje of een strandlaken? Dan klopt ‘mooi’ niet. En ‘vind’ al helemaal niet.
Jouw mooi. Mijn mooi. Uw mooi. Onze mooi? En verder: is het het mooi of de mooi?
Het laat me niet los.
De site van fonQ brengt uitkomst. Had ik het niet gedacht! Ik kan daar alles kopen wat met lifestyle te maken heeft. En met trend. (Bijvoorbeeld is er de tuintrend: binnen én buiten vallen dit jaar samen.) Dus ‘mooi’.
Ik kan aanklikken en bestellen wat ‘mijn mooi’ is.
Van dit taalgebruik gruwel ik. Het is gekunsteld. Alhoewel, de dynamische (dynamisch zijn is een van de vereiste om bij fonQ te mogen werken) verkopers leggen keurig uit waarom zij onze taal verkrachten.
‘Natuurlijk vinden wij je mooi, maar wij gaan mooi nu gebruiken als zelfstandig naamwoord. Mooi is voor iedereen anders. Is jouw ‘mooi’ ook zijn ‘mooi’? (…)
Ik haak af, ik krijg de kriebels en wil een boosaardige mail sturen. Toch maar niet, ik val zéker niet meer in de doelgroep. Verspilde moeite.
Hier, op mijn site, een boodschap voor de nijvere webwinkel:
‘Willie vindt jouw taalgebruik lelijk, fonQ.’

Willie, 30 mei 2017

Nog even dit:
Stel, we maken van alle bijvoegelijke naamwoorden een zelfstandig naamwoord,
gaat het wennen? Het zou heel wat gesprekstof opleveren, dat zeker.
Ik zoek jouw leuk.
Ik vind jouw klein.
Ik lach om jouw groot.
Ik zie jouw ondeugend.
Ik roep jouw parmantig.
Ik help jouw ziek.
Ik huil om jouw aardig.
Ik vind jouw lief. ( dat kan dan weer wel, waarom is mij onbekend)

Posted in Taal | 2 Comments

Vier mei

Ik reis drie uur met de trein en heb zo de kans om de krant van vandaag en die van gisteren tot de laatste letter te lezen.
Klimaat, verkiezingen in Frankrijk, gehakketak over wie we -wel of niet- mogen herdenken, de kabinetsformatie: verplichte kost, maar soms kijk ik even door het raam om mijn hoofd te legen.
Het is vier mei.
De conducteur komt langs, dit keer niet ter controle. Met een stem als een klok verkondigt hij dat om acht uur de trein stil staat en we twee minuten stil moeten zijn voor de vrijheid van alle mensen. ‘Alle mensen’ benadrukt hij en vervolgt in het Engels: ‘fojw fjweedom fojw efferieboddie.’ Hij doet blijkbaar niet mee aan de discussie over de dodenherdenking van vanavond. Twee minuten lang stil voor allen die niet in vrijheid konden leven. Het is me uit het hart gegrepen. Met zijn boodschap gaat de man van ‘gansch het raderwerk’ van coupé naar coupé.
Het is vier mei.
Het is onrustig in de trein. Kooplustige tieners giechelend over school en vrienden. Discussiërende studenten, een neuriënde toerist. Een onrustige hond, twee spelende kinderen. Japanse meisjes druk in de weer met hun Nokia’s. Verderop vier vrouwen van Somalische afkomst. Zij hebben veel te bespreken.
Een Marokkaanse man belt druk gebarend. Het lijkt alsof zijn wereld vergaat.
We zitten allemaal in treinnummer 4061. Ik ben benieuwd hoe dat straks gaat. Zal het lukken, die twee minuten?
Het is vier mei.
Acht uur, de trein remt. Piepend staan we stil. Ergens tussen Assen en Groningen. In het wijdse weideland. Alles is groen. Een onschuldige kleur.
Het is vier mei.
Acht uur. Het is stil in de trein. Zo stil. Ik ben gelukkig en huiver.

Willie, 4 mei 2017

Posted in Perspectief | 2 Comments