Januari

Wachten op de winter
nog eventjes
de krokus is er al
ook de hazelaar.

Mijn fysiek wil nog niet
geloven in de lente
het wacht,
wacht op de winter.

De Hollandse kou
bevroren sloten
en rode konen
boven de hutspot.

De dagen lengen
helder genoeg voor vorst,
het dun kristallen licht
waar de kou door heen schijnt.

Ik wacht op de winter,
dek de krokus toe
met een vers bergje aarde.

Willie
13 januari 2012

Posted in Perspectief | Leave a comment

Ça va bien

Zeven jaar precies heeft het geduurd. Zeven jaar heb ik verbruikt om mijn ski’s in de goede richting te krijgen en te houden, zodat zij, -eindelijk- met mij in sierlijke bochten de pistes afdaalden. Zonder averij.
Het was 2005. De sneeuw maakte een sprookje van de ongenaakbare bergen in het Alpenland. Wij verpoosden daar twee weken, samen met de Hollandse kinderen, in het huis van de geëmigreerde jongste.
Nauwelijks waren bij het ontbijt de pains au chocolat achter de kiezen verdwenen, of er ontstond een rumoerige Babylonische spraakspanning. Snel nog een slok koffie, een stuk Brie of Camenbert, maar dan:
‘Wie heeft mijn handschoenen gezien?’
‘Heb jij mijn sneeuwbril opgeruimd?’
‘Waar is mijn helm?’
‘Heb je genoeg water bij je?’
‘Ik neem een paar bananen mee.’
‘Oh, mijn stokken? Gisteren stonden ze nog in de gang.’
‘Heb jij je portemonnee bij je?’
‘Getverderrie, mijn binnenschoenen zijn nog nat.’
‘Nemen we een dagkaart?’
‘Waar gaan we lunchen? Op 1400 of 1600?’
‘Ik wil off-piste. Gaat er iemand mee?’
‘Kom, we gaan. Hebben we de eerste lift.’
‘Even wachten. Ik zoek mijn sjaal.’
‘Kom we gaan. Mam, tot vanavond. We zijn rond zessen terug.’
Aldus geschiedde. Mam bleef achter, ruimde wat op, wandelende wat, deed boodschappen en verwelkomde ‘s avonds bedeesd de horde hongerige en roodgekoonde skiërs.
Dan kwamen er drieste verhalen, niet te kort. Wie over de kop ging, wie daarna volgde, wie de slappe lach kreeg na een woeste buiteling. Wie rigoureus een boom omarmde, wie in de lift bleef zitten, wie onverschrokken in mist en sneeuw toch nog de zwarte piste af durfde. Wie wie inhaalde, wie zich ten langen leste overgaf aan snelheid en souplesse. Wie lekkerste crêpes had gegeten en wie de warmste Glühwein had gedronken.
Zeven jaar lang heeft mam dit aangehoord. Zij skiede af en toe wel een beetje, genoot dan van de witte sneeuw op de groene piste. Maar daar komen geen verhalen van.
Misschien, omdat zeven een heilig getal is, gebeurde het dit jaar.
Op nieuwjaarsdag verraste ik mezelf, in arren moede, met twee privélessen.
De ski-juf begreep mijn bevende benen en bibberende aarzeling. Wat een kanjer, Christelle, mon institutrice! Alle angstcellen voor hoge pistes, enge liften, suizende snowboarders, ijzige afdalingen en goedbedoelde, maar euvele opmerkingen smolten onder haar leiding als sneeuw voor de zon.(!) De pistes verschoten zomaar van kleur.
‘Ça va bien, Willie’. Het klonk als muziek in de oren. ‘Ça va bien. Ça va bien.’
Zeven jaar had ik dus nodig om mijn bedenkingen te laten verdwijnen en ruimte te geven aan durf en fiducie.
Het is 2012. Na de pains au chocolat zoek ik nu fier mijn stokken, mijn bril, mijn schoenen en regel ik mijn lunch op de piste. Mam heeft nu ook spannende grote verhalen als zij -roodgekoond- tegen zessen, naast de houtkachel geniet van een vin chaud.
Zeven jaar. En dat op 01-01-2012. De numerologen zouden er wat van denken.

Willie, 10 januari 2012

Posted in Familie, Reizen | Comments Off

Het verschil

Het is koud en winderig.
Mensen lopen, diep in hun kraag gebogen door de stad.
Soms kijken zij even naar de etalages, gevuld met onvervulde wensen en hoopvolle verwachtingen.
Het wordt niet meer echt licht overdag.
De zon komt op rond de klok van negen.
Hij gaat alweer onder om half vijf.
De kalender was aan zijn laatste blaadje toe.
Vlokjes van sneeuw dwarrelen naar de aarde.
Ze wegen niets, bijna niets.
Langzaam vallen ze.
Ze zoeken een plekje op de bomen, de struiken, de lantarenpalen.
De daken krijgen een witte hoed.
De auto’s zijn plotseling ook allemaal een kleur.
Sneeuwwit, dus.
De sneeuw valt maar door, met miljoenen vlokken tegelijk.
Zij zoeken gewichtsloos hun weg.
Wat weegt eigenlijk een sneeuwvlok?
De oude eik in het park vindt het allemaal best, zijn kale taken zijn nu weelderig bedekt met de glinsterende vlokken.
‘Ach,’ zegt hij, ‘wat maalt het. Kom maar op jongens, bedek mij maar met een mooie witte deken. Sneeuwvlokjes wegen toch niets’.
Totdat net dat ene vlokje neerdaalde.

Gelukkig 2012, en maak het verschil!

Posted in Verhalen | 1 Comment

Daarom

Het is een eindje rijden, ja dat wel.
Wie echter ‘s morgens bij ochtendgloren vertrekt kan er vanuit gaan dat de eerste bergtoppen verschijnen, voor de echte avond valt.
Die bergen, daar gaat het om. Woest en ongenaakbaar, hoog en robuust. Maar altijd met een hoedje van sneeuw. Daarom.
Uit onverwachte hoeken sprenkelen en sprankelen waterstroompjes, die -eenmaal samengekomen- zich formeren tot enorme watervallen. Daarom.
Wanneer in het voorjaar de wilde orchis en de kleine bergnarcis de dalen rond de dorpen en nederzettingen kleuren, evenaart dit landschap de hemel. Daarom.
Kilometers sneeuw, dikke pakken vlokken, de bomen buigen onder het gewicht, de daken maken een sprookje, de lantaarns schemeren de winternacht in, ontegenzeggelijk winter in de bergen. Daarom.
In sommige landen heet het “the fall”, dat begrijp ik. De prachtige bladeren in de herfst aldaar kleuren zich een feestje. Voor ze vallen maken ze er wat moois van: rood, bruin, rood, paars, rood, met miljoenen tegelijk. Tegen de achtergrond van de eeuwige sneeuw en de stevige bergen, is de nazomer hier intenser en hartstochtelijker. Daarom.
De wandelschoenen gaan mee de zomer in. “De paden op, de lanen in”, maar dan anders. De paden blijven, doch geen lanen te bekennen. Een pad omhoog, omlaag, slingerend langs beekjes, langs gemzen en marmotten. Een pad dat leidt naar een refuge met ongemeen heerlijke crêpes voor de honger. De verweerde huttenwaard schenkt excellent plaatselijk bier voor de dorst en offreert een petit fromage delicieux voor de lekker. Daarom.
De bewoners zijn niet deftig, niet gekleed volgens de Parijse mode. Zij dragen kleding, bestand tegen de grillen van het hooggebergte, ‘s zomers vooral een chapeau tegen de zon. In de winter alles wat gewatteerd kan worden.
De bewoners zijn trots. Hun levendige ogen vertellen de geschiedenis van generaties lang optornen tegen de grillen van de natuur. Zij hebben het gered. De ruggen zijn fier en rechtop. Daarom.
Daarom reis ik graag naar Les Ecrins, een parc national, in de buurt van Briançon.
Alhoewel. Misschien ook omdat de jongste loot van ons gezin zich daar al jarenlang heeft verschanst met klimtouwen, boorhaken, pickels, ski’s en wat al niet.

Willie 24 december 2011

Posted in Reizen | Comments Off

Herder Jan

Drie kleine houten Ostheimer schaapjes nam ik mee naar het huis van mijn dochter.
Een kerststal van dit merk, met al zijn figuranten, is overigens een project van jaren, want zo goedkoop is ‘dieser Unternehmen nicht.’ Want met het ‘Holz aus heimische Waldern’ tovert mevrouw Ostheimer met haar medewerkers prachtig duur en duurzaam speelgoed.
Speel goed. Juist. Speel goed. Niets beweegt, niets blaat, krijst of plast. Niets heeft batterijen nodig. Slechts fantasie.
‘Kijk eens, we hebben nu drie schaapjes bij het stalletje’, fluistert de mama haar kleuter en peuter toe. Haar stem heeft zich aangepast aan de mare van Kerstmis.
Echter, de serene sfeer is van korte duur. Kleuter Hannah, die op school goed naar het verhaal van Bethlehem heeft geluisterd, begint erbarmelijk te huilen.
Tussen haar zoute tranen door snikt zij: ‘Dat Kan Helemaal Niet, Schahaapjes’. Haar argument is zonneklaar: ‘We hebben geen herder. Wie moet dan op ze passen?’
‘Weet je, we vragen aan de os of ze even bij hem mogen staan.’ Met dikke tegenzin en dito ogen stemt ze toe.
Fluks ben ik een herder gaan kopen, omdat ze gelijk had. Haar fantasie heeft een lintje verdiend. Een kerstlintje om het pakje van ‘der Hirte’. En een verhaaltje.

Herder Jan
‘Meh, meh, mehhhheh’, hoort Jozef heel zacht.
‘Meh, meh’. Ja, hij hoort het echt goed.
Er is een schaapje dat huilt. Schaapjes huilen niet als mensenkinderen, maar als -gewoon- schaapjes. Mekkeren heet dat.
Jozef vraagt aan Maria, of hij het goed heeft gehoord.
‘Maria, hoorde jij ook een schaapje mekkeren, een beetje zacht?’
‘Zeker, Jozef, ik geloof niet een, maar ik hoorde er wel meer.’
‘Oei,’ zucht Jozef, waar is de herder dan? Die moet toch voor ze zorgen?’
‘Weet ik niet’, fluistert Maria stil, terwijl ze over de haartjes van de kleine baby Jezus aait.
‘Nou, dan ga ik maar eens even buiten kijken,’ bromt Jozef.
Hij pakt zijn staf, doet een lantaarntje aan, slaat zijn cape om en vertrekt.
Het is buiten erg donker, er zijn wel veel sterren, maar niet genoeg om goed te kunnen zien.
‘Meh, meh’, hoort Jozef weer.
‘Stoute schaapjes, waar zijn jullie toch?’ Jozef tuurt in het rond.
‘Schapen! Schapen! Kom eens hier.’
Ineens voelt Jozef bij zijn voeten wat gesnuffel. Een schaap duwt met zijn witte vacht tegen Jozef aan. De drie schaapjes, twee witte en een bruine, draaien om hem heen.
‘Waarom zijn jullie niet bij de herder? Waarom lopen jullie zomaar los?’
‘Meh’, is het antwoord.
‘Ja, ja, dat zal wel, maar wat betekent dat?’
‘Meh,’ zegt het bruine schaap.
Jozef verstaat geen schapentaal. Hij denkt even na.
‘Komen jullie maar met mij mee, wij hebben een stalletje, daar is het lekker warm. Er is een kindje, een os en een ezel. Jullie drie kunnen er vast nog wel bij. Kom maar, kom kom.’ Hij klakt met zijn tong: ‘Klak klak klak’.
De schaapjes begrijpen het, want zo doet de herder ook altijd. ‘Klak klak klak’.
Ze lopen een stukje, over een heuvel en langs een boom.
Ineens huppelen de drie schaapjes ver weg van Jozef. Zo hard ze kunnen met hun dikke wollen jasje.
Jozef roept nog bezorgd: ’Voorzichtig, jongens’, maar ze luisteren niet.
Weg zijn ze.
Jozef loopt alleen verder. Hij gaat terug naar de stal. Zonder schaapjes. Jammer.
Maar dan? Jozef gelooft het bijna niet. Wat ziet hij daar? Hij wrijft zijn ogen eens goed uit.
Het is een drukte van belang daar bij het kribbetje. De drie schaapjes staan vlak bij het kindje en hun staartjes kwispelen. En…. de herder is er ook.
Herder Jan, zo heet hij, had overal gezocht naar zijn verloren schaapjes.
‘Ze zijn vast in die stal, de deugnieten, lekker warm’, dacht hij toen hij daar een lampje zag branden.
In deze stal vond hij ze, gelukkig maar.

Oma Willie voor Hannah, Feline en Reinemans.
16 december 2011

Posted in Kleinkinderen | Comments Off

De kerstboomballendans

Weer een grote boom dit jaar.
Een boom met zes en zeventig ballen.

Drie en veertig stuks uit de jonge jaren van mijn kinderen.
Elk jaar kozen zij
-met glinster ogen-
een nieuwe hanger.
Een kabouter, een huisje, een kerkje met sneeuw.
Een trompet of een engel met vleugels.
Trouw pakte ik ze, na Driekoningen, in.
Wikkelde ik alle kleinoden in stukjes krantenpapier.
Zette de doos op zolder
totdat het weer winter werd.
Drie en veertig kerstornamentjes in ruste.
Weer een grote boom dit jaar.
Een boom met zes en zeventig ballen.

Kleuterkinderen knutselden lang gelee
met verve
vier foam ballen met glitter.
Krijgen nog steeds een ereplaats.
Weer een grote boom dit jaar.
Een boom met zes en zeventig ballen.

Moeders en schoonmoeders overleden.
Hun trots, hun rijkdom: vier glazen klokjes, een dappere heraut,
vijf dennenappels en een hertje
siert nu ons kerstbomenhuis.
Weer een grote boom dit jaar.
Een boom met zes en zeventig ballen.

Dertien vogels, met veren en zonder
kwamen mee uit het huis van
de lief van lief.
Weer een grote boom dit jaar.
Nummer zes en zeventig is een glanzende kikker, met kroon.
Hij komt pas kijken.
Hij is gewikkeld in een krant uit 2010.
Maar hem heb ik het hele verhaal verteld.
Van de grote boom,
van de grote geschiedenis,
van de grote familie
van de grote kerstboomballendans.

Willie, 11 december 2011

Posted in Familie, Kinderen | Comments Off

Wrovember

Wanneer ik ‘s avonds in een trein zit, vind ik altijd wel een krantje, interessant of niet. In beide gevallen rustgevend, zo beid ik mijn tijd tussen station en station. Ik lees wat, ik mijmer wat en laat de dag aan mij voorbij gaan. Soms zoek ik nog naar een onderwerp om over te schrijven. Vaak duurt dat maar even. Er is altijd wel een artikel dat mijn ogen extra doet glinsteren.
Zoals vandaag: ‘Regina’, zo lees ik, ‘mag voor het eerst naar buiten.’
Ik ken geen Regina, had nog niet gehoord van Regina. Niet op journaal en niet bij DWDD of concurreerde programma’s.
Toevallig ben ik nieuwsgierig van aard en lees ik verder. Zet de bril op het puntje van mijn neus en verbaas me. ‘Regina, de primaat uit Litouwen is bevrijd door het apenbevrijdingsfront. Zij was ooit gestolen in Kameroen, veroordeeld tot circusaapje. In de pubertijd werd ze lastig(!), daarom opgesloten in de kelder van de circusdirecteur. Daar moest zij de was doen.’ Mijn fantasie kent even geen grenzen.
Gelukkig voor Regina scheidde de circusdirecteur van zijne eega. Bij de verdeling van de boedel kwam onze chimp ook boven water. Zoals eerder gezegd, ze werd gered, daarna geacclimatiseerd in Almere. Nu mag ze naar buiten om te wennen aan haar soortgenoten. Ben benieuwd hoe het haar vergaat. Wennen is een vak apart. Ook voor apen.
Haar eerste dag buiten is tevens de laatste dag van november. Zij ruikt, gluurt en keurt in een mistige herfstzonnetje haar nieuwe domicilie. Niet dat zij zoveel keuze heeft, want terug naar haar wilde bestaan in Kameroen kan zij nooit meer. Naar Litouwen verlangt zij ook al niet meer.
Ik heb wel een keuze, ik maak vaak keuzen. Toeval of niet, maar ik kom vanaf vandaag niet meer naar buiten met elke dag een verhaaltje, het ‘writing november: wrovember’. Het was gewoon een uitdaging aan mezelf. Gelukt dus.
Regina, als zij kon schrijven, zou zeker vanaf heden ultieme wijze lessen voor de mensheid kunnen optekenen.
Daarom doe ik er voor twee weken even het zwijgen toe.

Willie, 30 november 2011

Posted in November 2011 | Comments Off

Hamsteren

Niet dat de Russen komen, niet dat de Romeinen ons nog onder de voet willen lopen. Niet dat de Chinezen massaal voor de deur staan of Jantje Brinkers vergeet zijn duim in de dijk te stoppen. Evenmin voorspellen de Krollen en de Timofeven dikke tsunami’s of robuuste stormen.
Toch kan ik niet rustig slapen. De reden? Dit weekend hoorde ik dat het kleine potje Buisman, de gebrande suiker, uit de collectie gaat. De Koninklijke Buisman Fabrieken in, het pittoreske zeggen ze, Zwartsluis deed in 1867 een slimme zet om suiker te branden. Of het in Zwartsluis ook altijd zo pittoresk ruikt is de vraag.
Goed. Deze lumineuze, tevens goedkope vondst werd gemengd met de toen dure, schaarse koffie. Kwam allemaal door Napoleon, die de handel verbood met Engeland.
De een zijn dood, de ander zijn Koffysiroop.
Een vloeibaar goedje dat koffie veinsde, deed dus zijn intree. Van het een kwam het ander, vloeibaar werd vaste vorm. Op grote lopende banden met gebrande suiker lopen nu gelaarsde mannen in witte pakken. Zij slaan met bijlen de meters suiker in brokken. Na nog een aantal handelingen is daar het ‘bekende’ potje, gevuld met het bruikbare goedje. Voor ons onmisbaar.
Misschien zijn we wel een der laatste Mohikanen, met onze grove losse koffie, stenen filter, keteltje water een schepje Buisman. Indachtig ‘never change a winning team’ doen we niet mee aan de wanen van Wiener Melanges of de Café au Caramels. Nespresso’s en Senseo’s zijn ook (nog) niet aan ons besteed.
Slapeloze nacht. Ja zeker. Buisman uit de handel? Niet alleen om het sentiment, ook gewoon om het gemis.
Dus, ik snel naar de winkel en kocht vandaag alle potjes op. Blijft goed tot 2013. Tegen die tijd zien we verder.
Maar. Om een stukje te schrijven ga ik altijd eerst opzoek naar informatie. Ik googelde ‘Buisman’ zocht en vond nergens een aankondiging van dit misdadige besluit. Natuurlijk doet Buisman zijn digitale best. Mooie sites, veel vriendelijke vriendinnen te zien, die zich laven aan allerhanden soorten warme vloeistoffen. Lijkt allemaal op zuivere koffie. Maar een aankondiging van een CEO, dat de fabricage gestopt wordt? Nee dus.
‘Goedemorgen, met de Koninklijke Buisman. Wat kan ik voor u doen?’
‘Goedemorgen. Ik hoorde dat de potjes Buisman uit de handel gaan?’
‘Nee hoor. Ze blijven gewoon, voorlopig zijn er nog oude mensen genoeg in Nederland.’
‘O, juist. Dank u.’
‘Tot uw dienst. Dan wens ik u een prettige dag verder.’
‘Ik u niet’, dacht ik bij mezelf, zette mijn mobieltje uit en maakte snel een bakkie troost.
Iemand nog Buisman nodig?

Willie, 29 november 2011

Posted in November 2011 | Comments Off

Advent

Net zoals de kerstboom, kwam vroeger de adventskrans met de vier kaarsen, bij ons pas in huis rond de jaren zestig, nadat de plaatselijke dienaar van God deze attributen in zijn kerk een plekje had gegeven.
Daarvoor hadden wij thuis slechts een ‘stalletje’: Jozef en Marie van gebakken klei, met drie herders en vele schaapkens. De hele santekraam stond met Kerstmis op een prominente plek in de woonkamer met twee kaarsjes in een rood houdertje. Hoewel ik droomde van een krans en boom, was dat voor mijn katholieke moeder een brug te ver.
‘Bomen en kransen zijn van de heidenen’, was haar stellige overtuiging. Totdat onverwacht de pastoor, met behulp van zijn jonge kapelaans, op een hoge trap klom. Hij versierde de dorpskerk met kransen en bomen. Waar onze geestelijken ineens deze vernieuwingsdrift vandaan haalden, is mij nog steeds een raadsel. Was paus Johannes de 23ste debet aan de vermenselijking van de kerk? Het schijnt.
Het zal ook wel zo zijn dat er meer geld voor luxe kwam. Brood gekocht, beleg in voorraad, aardappels in de pet, groente in de weck. Tuien gebreid en alle rekeningen betaald. Dan is er ruimte voor luxe licht: de kaars. Het peertje uit, de kaars aan. Vooruitgang en luxe spelen kiekeboe.
In elk geval, ik was zo blij wanneer ik ‘s avonds op mijn fietsje in het donker over de dijk naar huis kwam, en de gloed van kaarsen door het raam zag schijnen.
Ook nu staat er een krans op onze tafel. Een mooie grote. Ach, ik doe niet zo aan adventus, ik ben al waar ik wezen wil, maar wel aan de sfeer die het oproept.
Rest de komst van de boom. Pas na 5 december.
Willie, 28 november 2011

Posted in November 2011 | Comments Off

Full house

In de winter is het een gaan en komen van feesten, verjaardagen en herdenkingen. Daar heeft ons grote gezin wat op gevonden. We maker er gewoon een weekend van. Vooral het feest van Sinterklaas maakt indruk.
De jongste familielidjes komen logeren en zetten hun schoen. Zij zingen uit volle borst, verzamelen wortels en suikerklontjes. Ook hangen zij het ganse huis vol met tekeningen. Sint met paard, Sint met mijter, Sint met nieuw paard.
’Want, oma, Amerigo is met pensioen’.
‘Wat is dat, pensioen?’
‘ O, dat je oud bent en rimpels krijgt.’
‘Heb ik dan ook al rimpels?’
‘Ja, drie.’
‘Jij bent een lieverd.’
‘Maar jouw velletje heeft geen elastiek meer, toch, oma?’
Oma weet daar alles van, gelukkig is haar hoofd nog wel degelijk van elastiek, daarbij ook nog van de beste kwaliteit. Daarnaast is haar hart en huis is full van kinderen en van alleman die haar kinderen om zich heen hebben verzameld.
Het is 27 november. Bij onze deur staan vier kinderschoenen in blijde verwachting, we zongen en sprongen van Sinterklaas.
Natuurlijk gloort na de nacht de dag, en tuimelen zij, vier kleine kleindochter meidjes, vol verwachting de trap af. Zij lezen met verbazing de brief, die een speelpiet op de trap heeft achtergelaten. Het gevolg laat zich raden: bank scheef, tafel op z’n kop, planten uit de vensterbank, tapijt aan de lamp, stoelen als wip in de kamer. Vier meiden zijn verontwaardigd. Dat mag niet in het Gouda huis, zij ruimen als de wiedeweerga alles op. Ook kinderen hebben hun grenzen, blijkt.
Gelukkig wacht hen beneden een regiment cadeautjes. Allemaal op een wit tafellaken. Daar is ook suikergoed, taaitaai, banket en chocolade munten. Het Sinterklaasfeest in de traditionele zins des woords.
In de loop van de dag komen de volwassenen, zij spelen het spel mee.
Full house in Gouda, deze Sint voelt zich winnaar.

Willie, 27 november 2011

Posted in November 2011 | Comments Off