‘Tinnen’ echtgenoot

“Willie, heb je een jurkje bij je?”

Ingepakt:
Een tas met zwemkleding. Een tas met truien voor de koele avonden. Een opgerolde regenjas voor de onverwachte bui. Een klein valies met zonnekleding. Een plastic zak met sandalen/ slippers/ bergschoenen. Een krat vol keukenattributen, kruiden en ander lekkers om te dineren bij de tent. Een toilettas, een verbanddoos, opladers en aanverwante artikelen. Pasjes en paspoorten.
Tent en de servesleutel. Drop en chocolade als de kilometers gaan tellen. Slaapzakken, matjes, kussens en slopen. Haringen, touwen, schep en hamer. Hangmat en strandlaken. Nagelborsteltje voor vieze teennagels. De onvermijdelijke kurkentrekker.
Wel zeker, aan alles is gedacht.

Het is een frisse ochtend. De zon twijfelt nog even. Mist sluiert om de bergen en onze tent.

“Willie, heb je een jurkje bij je?”
“Uhh?”
“Iets sjiek of zo.”
“Kom op zeg, wij vonden elkaar ooit op het lemma kamperen.”
“Ja, maar ik bedoel, gewoon een jurkje, en misschien ook leuke schoenen?”
“Pardon? Verwacht Macron ons soms?”
“Niets onder in je tas?”
“Kamperen met jou heeft me geleerd om mijn boekenkast én mijn garderobe voor het grootste deel thuis te laten.”
“Serieus?”
“Laat maar. Terzijde, dat jurkje?”
“Geen probleem, we kopen er een en zoeken passende schoenen in Bilbao.”
“Want?”
“Ik heb een tafel geboekt in Chartres, daar gaan we de sterren van de hemel eten.”
Mijn ‘tinnen’ echtgenoot knipoogt, ik bloos.

Willie,
28 juli 2018

This entry was posted in Perspectief. Bookmark the permalink.

Comments are closed.