Postzegel en Soda

Met twee twaalfjarige meiden zit ik aan een keukentafel in Leiden. We praten over de schooldag: over leuke en stomme klasgenoten, over wie de hoofdrol in de eindmusical krijgt, over de voortgangstoets en welke “middelbare” op het wensenlijstje staat.
Ondertussen werken we hard aan een kaart voor een jarig nichtje, die best héél ver weg woont. Zodoende komt “post” ter sprake.
Meisje 1: “Oma, heb jij een postzegel?”
Meisje 2: “Hé, wat is dat een postzegel?”
Oma verslikt zich in haar thee. Nadat zij weer is bijgekomen:
“Een zegel die je plakt op deze kaart, en dan gaat ie naar Frankrijk.”
Meisje 2: “Kost dat geld?”
Meisje 1: “Natuurlijk, want de postbode moet toch ook boodschappen doen en die zijn heel duur, jôh.”

Drie dagen later in Gouda. Er ligt een grote hondendrol in de straat bij de voordeur van onze jonge buurvrouw. Deze moeder en haar puberzoon houden het geveltuintje bij alsof zij een landgoed beheren. Zij versieren hun huis met Kerst, met Halloween, met Pasen, iedereen vrolijk. Maar dan: die hondendrol, een beetje platgedrukt en uitgelopen in de straat.
“Buurvrouw, heeft u misschien een bezem?”
“Ja hoor. Ga je peuken vegen?”
“Nee, smerig. Hondenpoep.”
“Ik kom wel even, neem ik soda mee. Zorgen jullie voor heet water?”
“Soda, wat is dat?”
“Een soort schoonmaakmiddel dat ontsmet en honden vinden het vies ruiken. Zo blijven ze meestal uit de buurt.”
“Waar koop je dat en wat kost dat dan?”
“Gewoon, in een plastic zak bij AH, Kruidvat of zo en het kost geen hout.”

Postzegel? Soda?

Tja, vorige eeuw zong Bob Dylan het al: The Times The Are A-Changin’.

Willie
8 mei 2026

This entry was posted in In en om de Keizerstraat, Kleinkinderen. Bookmark the permalink.

Comments are closed.