De andere dag, alweer op het terras. Het is namelijk vakantie toch? Dit keer niet aan de koffie, maar met een glas wijn. Het loopt namelijk naar zessen.
Warm, aangenaam warm hier. Warme zomerwind in de schaduw van platanen.
De lift blijft onverstoorbaar heen en weer gaan boven de kruinen van de bomen. Heen en weer. Weer en heen. Met tientallen benodigdheden waarvan mensen denken dat zij niet zonder kunnen tijdens een vakantie.
Afdruiprekken, dienbladen, koelkasten, droogmolens, beauty-cases, keukentrapjes, bont en wit wasmiddel.
Moeders’ porseleinkast, bezems, tassen vol met opladers en snoertjes.
Zekerheid voor alles.
Ik denk er anders over. Voor mij is het juist de crux, waar het om gaat bij een kampeervakantie: improviseren.
Verse koffie is geen druk op de knop, het avondeten geen menu, maar gepruttel in een pannetje. Voor water moet je zes bomen verder zijn, douchen is manoeuvreren met handdoeken. Nagels krijgen rouwrandjes, zon en maan zijn onze klok.
Wind, regen, nattigheid of hitte. Vleermuizen in de nacht. Mooie rustige plek langs een rivier of eentje naast buren met luidruchtige tieners. Een egel in de voorraaddoos of natte lucifers.
Geluk heeft zoveel dimensies.
Dáárom pakken wij elk jaar onze tent van zolder. De verdere uitrusting past in drie tassen.
Meer hebben wij niet nodig.
Willie,
11 juli 2025