Nu de straten niet meer maagdelijk wit zijn, herinner ik me onze wandeling van afgelopen maandag.
Wij trotseerden vlokken en alle waarschuwende kleuren, van geel tot rood, dus baanden wij ploeterend een weg langs de Hollandse IJssel. Feeëriek dekte de lading nauwelijks.
Rietstengels met sneeuwpluimen, ouwe boomstronken met witte hoedjes op, vergane zomerglorie geknakt onder het gewicht van dezelfde witte deken. Meerpalen, even buiten dienst, waren door Koning Winter in een sneeuwrijk livrei gestoken.
Een reiger trok zijn nek in, schudde de ijskristallen van zich af, vast wetende dat vis en kikker voorlopig niet in zíjn supermarkt liggen.
Wij liepen verder. Rechts het ijzige water, links een begraafplaats. Stilte alom.
De doden in hun graven waren niet meer traceerbaar, alleman toegedekt met een witte laag. Ieder evenveel vlokken.
Dure marmeren grafsteen? Sneeuw heeft daar geen boodschap aan.
Eenvoudig keitje?
Directeur of schillenboer?
In genade?
Volgens de regels van wat ‘geschreven’ staat?
Eigen gepassioneerde weg gegaan?
Te vroeg, te laat?
Ongenadige ziekte?
In dierbare herinnering?
Ongeluk?
Iedereen is vandaag gelijk. Sneeuw heeft geen weegschaaltje.
Willie, 9 januari 2026