Blauw doet geen zeer

Op een maandagmiddag wandel ik opgewekt door onze stad. Wel even goed opletten. Want sinds de fatbikes onze winkelstraten veroverden, ben ik alerter dan ooit. Vooral dicht tegen de etalages lopen met oren en ogen op steeltjes.
Maar toch, wanneer onverwacht een blonde jongeling met een reuze vaart, op zijn bike met obesitas-banden, de bocht te kort neemt, is er voor mij slechts één optie: opzij springen. Dat doe ik, maar een lantarenpaal verroert geen vin. Hij gaat de confrontatie met mijn hoofd aan. Het moet een indrukwekkend schouwspel geweest zijn. ”Oude dame ontwijkt kwiek een verkeersovertreder.”
Goed. Een dikke, heel dikke bult, écht geen eigen schuld. Ook een blauw oog, pimpelpaarse wangen en een kapotte lip.

Na een dag of drie maak ik een foto van mijn tronie voor de familie-app. Medeleven en verontwaardiging alom.

“Is hij niet gestopt?”
“Nee, de beste jongen weet, denk ik, niet eens wat er gebeurde.”

“Oma, ik had hem zo voor je te pakken genomen.”
“Nou, dat is lief, maar ook wel erg rigoureus.”

“Gelukkig heb jij altijd pleisters en zo in je tas.”
“Klopt. Maar niet nodig, er was geen bloed.”

“Oma, doet blauw zeer?”
“Nee hoor, blauw doet geen zeer. De aanvaring met de lantarenpaal was niet zo grappig. Verder ziet het er niet uit. Was het nog maar Halloween.”

Willie
22 november 2025

This entry was posted in Kleinkinderen, Verhalen. Bookmark the permalink.

Comments are closed.