“Het kan vriezen of dooien”, niets is zeker in het leven. Zeker in de bergen geldt deze uitspraak. Na een dag volop zon, was er plots midden in de nacht geraas en gedonder, vergezeld van hoosbuien. Hoosbuien? Ja, onnoemelijke hoosbuien.
‘Rick, ik geloof dat het regent.’
‘Uh, ja, uh wat?’
‘Het regent.’
‘Zo dan, en niet zo’n beetje.’
‘Dat dacht ik ook al. En nu?’
‘Verder slapen.’
‘Staan al onze spullen binnen? De stoelen, het kookpitje, de lucifers en onze schoenen? Zijn de handdoeken van de waslijn?’
‘Maakt allemaal niet meer uit. Is al kletsnat. Gewoon verder slapen, morgenochtend zien we wel.’
‘Ja maar ….’
‘Slaap lekker schat, komt goed.’
Gerommel in de verte, bliksemschichten héél dichtbij, gedonder boven onze natte lucifers. Onweer in de bergen echoot dat het een lieve lust is.
Best een ravage rondom onze tent, wanneer we worden gewekt door de warmte van een dapper zonnetje. Tegen elven straalt hij dat het een lieve lust is, om twaalf uur is alles droog en een beetje schoon. Om twee uur gaat ons hebben en houwen met de lift naar de bewoonde wereld.
Een dag eerder dan gepland, want we luisterden nu wél naar Metéo-France, zoeken voor een nachtje ons heil in een hotel.
Maandag kamperen we verder.
Willie,
15 juli 2025.