Bankje

Op een van de knetter hete dagen, zó heet dat ik van allerlei ministeries en gezondheidsdiensten niet naar buiten mag (want ja, de leeftijd), stap ik op de fiets richting Leiden. Een tochtje van ruim zeventig minuten. Omdat een gewaarschuwd mens voor twee telt, neem ik de tijd en peddel op mijn dooie akkertje door polders, die naar polder ruiken en langs sloten, die naar sloot ruiken.
Halverwege de route is een park, mooi om even een bankje in de schaduw te zoeken. Dat blijkt een bijzondere missie. Het is een park met verschillende speelplekken en banken, allemaal in de verzengende zon, geen schaduwrijk plekje te vinden.
Het lijkt me meer een park voor de lente en de herfst. Verkoeling hier zoeken tijdens code rood is er niet bij. Best bizar.

Met druppeltjes in mijn nek, de fiets duwend door mul zand, zie ik een omgevallen boomstronk in een lommerrijke omgeving. Er zit iemand op, een onherkenbaar, in elkaar gedeukt type op blote voeten, gehuld in een grijze lange wollen rok en een grote vaalbruine hoodie. Maar er is plek genoeg voor mij.
“Goedemiddag, kan ik hier zitten?”
“Ik hou niet van mensen. Ook niet van hitte.”
“Voor de helft ben ik het met u eens.”
Mijn rijwiel gaat op de standaard en ik maak een fietstas los.
“Ik hou ook niet van drukte en van mensen die praten.”
“O.”
Een krant en mijn bidon komen tevoorschijn.
De ogen onder de hoodie staren mij boosachtig aan.
“Ook niet van mensen die lezen en drinken.”
“O.”
Onverwacht staat mijn kortstondige buurvrouw op en schuifelt naar een bloedheet bankje. Ik schat haar rond de veertig.
Dat zij de hitte kiest boven deze ‘stille lezende waterdrinkende bejaarde’, is voor mij een vraag, maar voor haar hopelijk een weet….

Willie,
5 juli 2025

This entry was posted in Verhalen. Bookmark the permalink.

Comments are closed.